Audiologieboek
Home  |   NVA  |   Print deze pagina  |    |     
 Titel: 8.3.11(2). Auditieve verwerkingstests
 Auteur: Neijenhuis, Snik, Stollman, Simkens
 Revisie: december 2012

Inhoud:

8.3.11.1(2). Inleiding

8.3.11.2(2). Wat is een 'auditief verwerkingsprobleem'?

8.3.11.3(2). Auditieve verwerkingstests – achtergronden en keuzes

8.3.11.4(2). Vormgeving

8.3.11.5(2). Onderzoek en behandeling

8.3.11.6(2). Links


 

8.3.11.1(2). Inleiding

Auditieve verwerkingstests - het onderwerp van dit hoofdstuk - zijn ontwikkeld ten behoeve van de diagnostiek van problemen in de auditieve verwerking. De 'auditieve verwerking' is een gebied met diffuse grenzen, zowel in de richting van het horen (de grens tussen 'centrale' en 'perifere' verwerking) als naar de taalverwerking (de afbakening tussen een auditief verwerkingsprobleem en een spraak-taal stoornis. Een eenduidige, algemeen geaccepteerde definitie van auditieve verwerkingsproblemen is niet beschikbaar.


We beginnen daarom dit hoofdstuk met het weergeven van bestaande omschrijvingen van een 'auditief verwerkingsprobleem' en destilleren daaruit een voorlopige definitie. Daarna wordt ingegaan op een aantal tests die gebruikt worden bij de diagnostisering van deze problemen en op de wijze waarop deze worden toegepast. Tot slot worden interventiemogelijkheden voor personen met auditieve verwerkingsproblemen besproken.


 


8.3.11.2(2). Wat is een 'auditief verwerkingsprobleem'?

Het belangrijkste aanknopingspunt ('houvast') bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van een auditief verwerkingsprobleem is de aanwezigheid van klachten over horen en verstaan bij afwezigheid van een significant gehoorverlies. Dit betekent overigens niet dat bij gehoorverliezen boven de 20 à 30 dB alle problemen ineens geheel door het gehoorverlies worden veroorzaakt. Mensen met een auditief verwerkingsprobleem (AVP) hebben problemen met het uitvoeren van meer complexe – auditieve – taken, zoals het selecteren van signalen (spraak) temidden van andere, het combineren en/of integreren van (spraak)signalen en het waarnemen of verwerken van gestoorde signalen.


Vaak worden ruimere omschrijvingen gegeven zoals ' wat we doen met wat we horen' en 'het bewerken van het auditieve signaal om de informatie functioneel bruikbaar te maken'. Deze omschrijvingen hebben echter als nadeel dat allerlei basale auditieve functies, zoals richtinghoren, ook bij deze processen worden ingelijfd. Voor een auditief verwerkingsprobleem wordt in de internationale literatuur regelmatig de term '(Central) Auditory Processing Disorder' ((C)APD, of meer recent: APD) gebruikt.


Definities van AVP in de literatuur hebben vele jaren van ontwikkeling doorgemaakt (zie de consensusdocumenten van ASHA in 1996 en 2005, van de AAA in 2000 en 2010, van de BSA in 2011). Uiteindelijk is er redelijke consensus over het feit, dat er een klinische groep bestaat met hoorproblemen, die niet verklaarbaar zijn vanuit een stoornis van het perifeer gehoor. AVP wordt gezien als een stoornis in het verwerken van auditieve informatie door het centraal zenuwstelstel en de neurobiologische activiteit die hieraan ten grondslag ligt. De stoornis kan in alle leeftijdsgroepen voorkomen (kinderen, volwassenen, ouderen) en komt vaak samen voor met (symptomen van) andere (ontwikkelings)stoornissen, waaronder aandachtsstoornissen en taal(leer)problemen.


Volgens de Britse vereniging van audiologie bestaan er drie categorieën van AVP: 1. Ontwikkelings-AVP, 2. Verworven AVP en 3. Secundaire AVP. Er is een internationale focus op de eerste categorie: ontwikkelings-AVP. Dit zijn de kinderen met een normaal gehoor (volgens audiometrie) en geen andere etiologie of risicofactoren. Een deel van hen houdt de problemen tot in de volwassen leeftijd. Deze categorie krijgt veel aandacht, vanwege de vermoedelijke relatie met (latere) leerproblemen op het gebied van taal en lezen.


Veel voorkomende symptomen en gedragingen bij personen met auditieve verwerkingsproblemen zijn:

  • Moeite met verstaan in akoestisch ongunstige omstandigheden (bijv. bij achtergrondlawaai of met veel galm)
  • Moeite met lokaliseren van de geluidsbron
  • Moeite met het verstaan van de telefoon
  • Inconsistente of inadequate reacties op een verzoek om informatie
  • Moeite met het volgen van snelle sprekers
  • Vaak vragen om herhaling of om extra uitleg
  • Moeite met het opvolgen van aanwijzingen
  • Moeite met subtiele veranderingen in prosodie, die ten grondslag liggen aan humor en sarcasme
  • Moeite met het leren van een vreemde taal of een nieuw (vak)jargon
  • Moeite met het vasthouden van de aandacht
  • Snel afgeleid zijn
  • Zwakke muzikale vaardigheden
  • Leerproblemen, waaronder lees- en spellingsproblemen

Aangezien bovenstaande symptomen grote overlap vertonen met andere (cognitieve, linguistische, of gedrags)stoornissen leidt het vóórkomen van één of meerdere van deze symptomen niet automatisch tot de diagnose AVP. Wel kan dan gesteld worden dat de betreffende persoon risicofactoren laat zien en mogelijk in aanmerking komt voor diagnostiek. Vanwege deze grote overlap dient deze diagnostiek multidisciplinair plaats te vinden; naast perifeer gehoor en auditieve verwerking dienen minimaal ook de cognitieve en linguistische vaardigheden in kaart gebracht te worden.


 


8.3.11.3(2). Auditieve verwerkingstests – achtergronden en keuzes

Uitgangspunt bij de ontwikkeling van auditieve verwerkingstests is het feit dat verwerkingsproblemen eerder opgespoord kunnen worden als er hogere eisen worden gesteld aan de auditieve verwerking. Dit betekent, – in het licht van het voorafgaande – dat de tests gericht moeten zijn op het uitvoeren van meer complexe taken, zoals het selecteren van signalen temidden van andere, het combineren en/of integreren van (spraak)signalen en het waarnemen of verwerken van gestoorde signalen. In aanmerking komen dan de volgende auditieve taken:


  1. Auditieve integratie en separatie. Het herkennen van dichotisch aangeboden spraak, waarbij elk oor tegelijkertijd een verschillend signaal aangeboden krijgt. Men test op deze wijze of de oren ook onafhankelijk van elkaar het betreffende spraaksignaal herkennen.
  2. Auditieve temporele ordening. Het herkennen van ordening in een temporele patroon. Dit betreft het waarnemen van tijdsverschillen, b.v. het verschil tussen lang- en kortdurende pieptonen.
  3. Waarneming van laag-redundante spraak (Auditieve ‘closure’). Hierbij is informatie uit het aangeboden ’spraaksignaal verwijderd, b.v. door bepaalde frequenties uit het spraaksignaal weg te filteren. Bij voldoende (intrinsieke) redundantie van het auditieve systeem zelf zou het verstaan van laag-redundante spraak geen problemen hoeven opleveren.
  4. Binaurale interactie. Het combineren en interpreteren van twee, aan elk oor afzonderlijk aangeboden signalen, tot een betekenisvol geheel. Met bepaalt op deze wijze de mate van samenwerking tussen de oren.

Deze typen taken vindt men terug in de huidige auditieve verwerkingstests, maar ook in de tests die in het verleden toegepast werden bij de diagnostiek in verband met het vaststellen van hersenstamtumoren. Zie hiervoor niveau 3 van dit hoofdstuk en Hfdst.8.3.5.


In Nederland zijn drie testbatterijen voor de auditieve verwerkingsvaardigheden in gebruik: de Nijmeegse testbatterij voor auditieve verwerkingsproblemen (Neijenhuis, 2003), de auditieve tests voor basisschoolkinderen (Simkens en Verhoeven, 2000) en de Auditieve tests voor Kleuters (ATK; Neijenhuis, Stollman, Simkens en Snik, 2009).


Alle auditieve verwerkingstests worden afgenomen via een klinische audiometer, met hoofdtelefoon, op een vast luidheidsniveau.Naast de ‘pure’ auditieve verwerkingstests worden de batterijen aangevuld met auditieve tests op hoger niveau, waardoor verschillende niveau’s van auditieve verwerking in kaart gebracht kunnen worden.


  Auditieve Tests voor Kleuters (Neijenhuis, Stolman, Snik, Simkens & Baas, 2009) Auditieve Tests voor basisschoolkinderen (Simkens en Verhoeven, 2000) Nijmeegse testbatterij voor AVP (Neijenhuis et al., 2003)
Leeftijdsrange 4;0 - 7;6 jr 5;6 - 10;6 jr > 8;6 jr
auditieve verwerkingstests
Auditieve integratie/separatie Dichotische Woorden Test Dichotische Woorden Test Dichotische Digit Test
  Woorden met competitieve ruis  
  Woorden met competitieve spraak  
Temporele ordening   ISI-test Patroonherkenningstests
(FPT, DPT)
Monaurale laag-redundante spraak woorden-in-ruistest Gefilterde spraaktest Gefilterde spraaktest
  Woorden in ruistest Woorden in ruistest
    Zinnen in ruis test (Plomp)
Binaurale interactie   Binaurale fusietest Binaurale fusietest
aanvullende auditieve tests
Auditieve aandacht Aandachtstest    
Auditieve discriminatie Auditieve Discriminatie Test (ADIT-A)   Categorale spraakwaarnemingstest
Auditieve closure   Woordherkenningstest (TvK)  
Auditief geheugen     Cijferreeksen (WISC)
Fonologisch bewustzijn Lindamood Auditory Conceptualization test (LAC) Lindamood Auditory Conceptualization test (LAC)  

Tabel 1: Overzicht van Nederlandstalige testbatterijen voor de diagnostiek van auditieve verwerkingsproblemen, gerangschikt naar verschillende auditieve testcategorieën.


Soms wordt de (bekende) spraak-in-ruis test van Plomp gebruikt als op zichzelf staande test (of screening) voor de auditieve verwerking. Hierbij worden zinnen aangeboden in een achtergrond van ruis. Het niveau van de zinnen wordt volgens een bepaald protocol verhoogd en verlaagd om uiteindelijk een spraakverstaansdrempel te berekenen. Resultante is de signaal-ruis verhouding, waarbij de zinnen voor 50% worden verstaan. Er is echter gebleken, dat er geen rechtstreekse correlatie met de overige tests uit de auditieve testbatterijen bestaat (Neijenhuis, 2003). Men loopt het risico om een vals negatieve uitslag te behalen bij het slechts afnemen van één enkele test uit de testbatterij; de combinatie van tests levert de meest betrouwbare diagnose op. Deze test wordt meestal gebruikt om de invloed van een perifeer gehoorverlies op het spraakverstaan in rumoer te bepalen.


In het buitenland zijn diverse auditieve verwerkingstests beschikbaar. De audioloog dient zelf hieruit een testbatterij samen te stellen. Een van de bekendste en weinige testbatterijen is de SCAN van Robert Keith. Deze is ontwikkeld voor diverse doelgroepen; er is een versie voor kinderen van 5-12 jaar (SCAN-C), maar ook voor adolescenten en volwassenen (SCAN-A). De batterij bevat een 'Gefilterde Spraak Test', een 'Woorden in Ruis Test', een 'Competerende Woorden Test' en een 'Competerende Zinnen Test'. Recentelijk zijn daar een ‘gap detection test’ en een ‘compressed speech test’ aan toegevoegd. Zie voor literatuur niveau 3.


Samenvattend kan gesteld worden dat er verschillende typen Nederlandstalige tests beschikbaar zijn die toegepast kunnen worden bij de diagnostiek van auditieve verwerkingsproblemen.


 


8.3.11.4(2). Vormgeving

De belangrijkste doelen bij het samenstellen van een testbatterij voor het onderzoek naar centraal auditieve verwerkingsproblemen zijn: voldoende sensitiviteit en toepasbaarheid bij kinderen. De volgende set van drie tests voldoet aan deze eisen (toepassing bij 6- tot 8-jarige kinderen mét en zonder een specifieke taalstoornis):


  • De herkenning van woorden in ruis. Dus geen zinnen zoals bij spraak-in-ruis test volgens Plomp.
  • De 'Binaurale Fusie Test'. Hierbij worden de lage frequenties van een woord aan het ene oor en de hoge frequenties aan het andere oor aangeboden. Bij een goede samenwerking van de oren wordt het woord verstaan.
  • Een 'Gefilterde Spraak Test'. Slechts de lagere frequenties van het spraaksignaal worden aangeboden. In de meeste gevallen is het woord dan nog net verstaanbaar.

In een later stadium is deze batterij aangevuld met:


  • De 'Categorale Spraakwaarnemingstest van Groenen'. Deze betreft het waarnemen van subtiele klankonderscheiden (b-d, b-p).

In een valideringsonderzoek is aangetoond dat een batterij van deze vier tests in staat is om kinderen zonder luisterproblemen te onderscheiden van kinderen met spraak- en taalproblemen, die o.a. luisterproblemen vertoonden.


In een vervolg hierop is een uitgebreidere testbatterij samengesteld met het oog op – mede – toepassing bij volwassenen. Bij de samenstelling werd gebruik gemaakt van ervaringen en informatie uit de literatuur. Deze testbatterij (de ‘Nijmeegse testbatterij voor auditieve verwerkingsproblemen’) bevat:


  • De 'Spraak-in-Ruis Test' volgens Plomp (toepasbaar vanaf 12 jaar)

    Zinnen worden aangeboden in een achtergrondgeruis. Bepaald wordt op welk niveau van de spraak 50% verstaanbaarheid wordt behaald.


  • Een 'Woorden-in-Ruis Test'

    Woorden worden aangeboden, in een achtergrondgeruis. Per oor wordt een % correct-score berekend voor twee signaal-ruis condities: -2 dB en –5 dB.


  • Een 'Gefilterde Spraak Test'

    Woorden zijn gefilterd in een hoge en lage frequentieband. Beide banden worden gezamenlijk aan een oor aangeboden. Per oor wordt een % correctscore berekend.


  • Een 'Binaurale Fusie Test'

    De hoge en lage frequenties van de spraak worden elk aan een oor afzonderlijk aangeboden. De combinatie van deze twee frequentiebanden geeft woordverstaan.


  • Een 'Patroonherkenningstest'

    Sequenties van drie tonen worden aangeboden. De luisteraar geeft aan welk patroon gehoord werd, bijv. 'hoog-laag-hoog' of 'kort-kort-lang'.


  • Een 'Dichotische Digit Test'

    Zes cijfers worden aangeboden, drie aan het ene oor en tegelijkertijd drie aan het andere oor. De luisteraar noemt zoveel mogelijk gehoorde cijfers. Per oor wordt een % correct-score berekend.


  • Een 'Categorale Spraakwaarnemingstest' (toegepast tót 12 jaar)

    De waarneming van subtiele klankverschillen tussen b-d en b-p wordt gemeten met behulp van spraakcontinua. In de eerste taak worden stimuli benoemd (bak, dak, pak), in de tweede taak wordt beoordeeld of ze hetzelfde of verschillend zijn.


Deze testbatterij is in eerste instantie afgenomen bij volwassenen en vervolgens in licht aangepaste vorm afgenomen bij kinderen vanaf 8 jaar. Normen zijn hiermee verkregen en afname van de tests bij personen met vermoedelijke auditieve verwerkingsproblemen heeft de betrouwbaarheid en sensitiviteit van de tests aangetoond. Men lette er op dat elk van deze tests weer uit verschillende sub-tests bestaat.


Bij de volwassenen is gebleken, dat iedere persoon met auditieve problemen een verschillend scoreprofiel laat zien, waardoor het bepalen van diagnostische criteria bemoeilijkt wordt. Bij de kinderen bleken er duidelijke leeftijdseffecten zichtbaar. Ook scoorden de kinderen lager dan de volwassenen en vertoonden de scores meer variatie. In de 'Dichotische Digit Test' is een zogenaamd rechter oorvoordeel zichtbaar. Dit betekent dat spraak, aangeboden aan het rechter oor, gemakkelijker verwerkt wordt dan signalen, aangeboden aan het linker oor. Via het rechter oor is namelijk een directe verbinding met de linker hemisfeer, waarin zich het taalcentrum bevindt.


De groeiende behoefte aan tests voor jongere kinderen heeft geleid tot de testbatterij ‘Auditieve Tests voor Kleuters’ (ATK), ontwikkeld door de audiologische centra van het UMC St Radboud te Nijmegen, het Instituut Sint Marie te Eindhoven (Kentalis) en de Koninklijke Auris Groep te Rotterdam. Aan de testbatterij zijn de volgende eisen gesteld:


  • Het testmateriaal moet wat betreft variatie en aantrekkingskracht geschikt zijn voor gebruik bij 4 tot 7-jarige kinderen
  • De totale testtijd moet niet te lang zijn (maximaal 45 minuten per sessie)
  • De invloed van taalvaardigheid moet minimaal zijn
  • In plaats van verbale respons wordt non-verbale respons gevraagd (plaatjes aanwijzen, blokjes in doos werpen), om verwarring met articulatieproblemen te voorkomen
  • De mate waarin (verminderde) aandacht de testscores beïnvloedt, moet kunnen worden vastgesteld
  • De testbatterij beoogt verschillende, min of meer onafhankelijke, auditieve vaardigheden in kaart te brengen.

Verder is het van het grootste belang, dat een perifeer (geleidings- en/of perceptief) gehoorverlies wordt uitgesloten voordat de testbatterij wordt afgenomen. In eerder onderzoek is namelijk gebleken dat het afnemen van auditieve verwerkingstests bij (licht) slechthorenden niet zonder meer mogelijk is (Neijenhuis et al, 2003). Het onderscheiden van auditieve verwerkingsproblemen in de aanwezigheid van een perifere slechthorendheid blijft een complexe aangelegenheid.


De volgende tests zijn in het ATK-project ontwikkeld en/of bewerkt:


  1. Auditieve aandachtstest
    Deze test is gebaseerd op de Auditory Continous Perfomance Test (ACP, (Keith, 1994) en onderzoekt de volgehouden aandacht van het kind. Hierbij worden series met CVC-woorden aangeboden (Bosman en Smoorenburg, 1992), waarbij het kind reageert op twee verschillende doelwoorden (/poes/ en /kip/) door een blokje in een doosje te werpen. Een lijst van 50 woorden bevat 10 keer een doelwoord waarop het kind moet reageren. De lijst wordt vier keer vlak na elkaar herhaald. Zowel het aantal goede antwoorden als het aantal impulsieve fouten (reacties op een niet doelwoord) worden gescoord bij de afname van de test.


  2. Dichotische woordentest
    Deze test meet de vaardigheid om met beide oren tegelijk verschillende woorden te verstaan. Bij de constructie van deze test werd gebruik gemaakt van woord- en plaatjesmateriaal van de SAP-test (Spraakaudiometrie met Plaatjes, (Crul, 1984)). Er werden 20 CVC-woorden geselecteerd om 10 woordparen te vormen. Van elk paar wordt het ene woord aan het rechter oor aangeboden en tegelijkertijd het andere woord aan het andere oor. Uiteindelijk worden 20 items aangeboden, waarbij elk woordpaar dus twee keer voorkomt. Het kind wordt gevraagd om de twee plaatjes aan te wijzen die corresponderen met de gehoorde woorden. Een voorbeeld van een aanwijsblad is te zien in Fig.1.


    Fig.1 Voorbeeld van een aanwijsblad bij de dichotische woordentest. Het kind wijst telkens de plaatjes aan van de twee woorden, die tegelijkertijd aangeboden worden.


  3. Auditieve discriminatietest
    Deze test bestaat uit een hernieuwde opname van de ADIT, verzie A (Crul en Peters, 1976) en onderzoekt de auditieve foneemdiscriminatie. Het spraakmateriaal bestaat uit 30 CVC-woorden, uitgesproken door een vrouwelijke spreker. Voorafgaand aan elke stimulus benoemt de testleider twee plaatjes, waarvan de woorden slechts een foneem van elkaar verschillen (bijv. bus-mus). Vervolgens luistert het kind naar het woord met behulp van de koptelefoon en wijst het betreffende plaatjes aan.


  4. Woorden-in-ruis test
    Deze test meet het spraakverstaan in ruis. Bij het samenstellen van de test werd gebruik gemaakt van 12 verschillende, tweelettergrepige woorden (spondeeën), uitgesproken door een mannelijke spreker. Met behulp van deze twaalf woorden werden woordenlijsten gemaakt, waarbij de twaalf woorden steeds in een andere volgorde werden gezet. Tijdens de test wordt, tegelijk met deze woorden, aan beide oren een ruis aangeboden. Het kind wordt gevraagd om het plaatje aan te wijzen, dat correspondeert met het woord, dat meestal nog net hoorbaar is door de ruis heen. Met behulp van een adaptieve methode wordt de drempel bepaald van het woord, dat telkens qua luidheid varieert ten opzichte van de ruis. Bij twee correcte antwoorden wordt het woord zachter gemaakt, bij een incorrect antwoord wordt het luider gemaakt.


  5. Lindamood Auditory Conceptualization Test
    Deze test beoogt het foneembewustzijn te meten en is vertaald uit het Engels (Lindamood en Lindamood, 1979). De test biedt de mogelijkheid om auditieve codering en sequentiëring van spraakklanken te meten, zonder dat het kind kennis hoeft te hebben van letterkennis of foneem-grafeemomzettingen. Met behulp van 24 gekleurde blokjes in 6 verschillende kleuren worden opdrachten gegeven als: ‘Laat me zien: /o/ /a/ /u/’. Het kind behoort hierbij drie blokjes van een verschillende kleur op een rijtje neer te leggen, aangezien er drie verschillende klanken zijn gemaakt. Met de kleurencombinatie kan het kind dus aangeven of de klanken hetzelfde klinken (door hiervoor blokjes met gelijke kleur te kiezen), of verschillend klinken (door hiervoor blokjes met verschillende kleuren te kiezen). Ook moet het kind inzicht laten zien in de volgorde van de aangeboden klanken, als er bij een reeks twee dezelfde klanken gehoord worden en één afwijkend (bijv. /s/ /sj/ /sj/).


    De oorspronkelijke test kende deze twee onderdelen. Aangezien in een vooronderzoek bleek dat het tweede onderdeel te moeilijk was voor de jongste kinderen, wordt slechts het eerste onderdeel afgenomen (Stollman et al, 2003).


    Bij de validering van de ATK is gebleken, dat de woorden in ruistest en de dichotische woordentest de meeste uitvallers opleveren bij kinderen met vermoedelijke AVP. Deze lijken daardoor het meest sensitief (Notten et al, 2009).



Bij toepassing van de drie beschikbare Nederlandstalige testbatterijen op de audiologische centra van de Koninklijke Auris Groep is gebleken, dat bij ongeveer de helft van de verwezen clienten met luisterproblemen de diagnose ‘AVP’ gegeven kon worden. Zij hadden afwijkende scores op minimaal 2 auditieve verwerkingstests met daarnaast een normaal spraak- en toonaudiogram en een gemiddelde non-verbale intelligentie. Ongeveer de helft van deze diagnosegroep had bijkomende problemen op het gebied van taal en/of lezen en spellen. (Neijenhuis & van Herel-de Frel, 2010)


 


8.3.11.5(2). Onderzoek en behandeling

Onderzoek
Voor de diagnostisering van auditieve verwerkingsproblemen wordt, na de afname van een uitgebreide anamnese en het verrichten van standaard toon- en spraakaudiometrie, doorgaans gebruik gemaakt van een van de boven beschreven testbatterijen. Bij kinderen wordt vaak een onderzoek naar de spraak- en taalontwikkeling en algemene ontwikkeling verricht, omdat de problemen dan in een breder kader geplaatst kunnen worden.


De diagnose van auditieve verwerkingsproblemen wordt dus per definitie gesteld in een multidisciplinaire setting. In Nederland zijn de audiologische centra hiervoor het best toegerust. Onder toezicht van de FENAC zijn landelijke richtlijnen opgesteld voor de diagnostiek van AVP. Er is overeenstemming bereikt over selectiecriteria vooraf, te gebruiken testinstrumenten en advisering.


Wanneer de prestaties op de auditieve tests afwijken ten opzichte van die van de spraak/taal- en intelligentietests kan men concluderen dat er zich een auditief verwerkingsprobleem voordoet. In de praktijk blijkt meestal dat het auditief verwerkingsprobleem optreedt in combinatie met taalproblemen en/of aandachtsproblemen.


Mogelijkheden voor behandeling
Na het diagnosticeren van de auditieve verwerkingsproblemen op een audiologisch centrum volgen er adviezen betreffende het optimaliseren van de akoestische omgeving, aanpassingen bij de sprekers, het aanleren van luisterstrategieën en vaak ook het trainen van de auditieve vaardigheden (zie http://www.auris.nl/Home/audiologischcentrum/informatie/avp/Paginas/default.aspx, gebaseerd op Bamiou et al., 2006). Deze benadering is zowel functioneel als stoornisgericht; door enerzijds te werken aan sterke punten (ter compensatie) en anderzijds aan zwakke punten (het opheffen van de stoornis zelf) wordt de luistervaardigheid meer ´in balans´ gebracht. De cliënt optimaliseert al zijn/haar onderliggende vaardigheden, die voor het luisteren van belang zijn.


Met name bij jonge kinderen, waarbij het centraal zenuwstelsel nog volop in ontwikkeling is, lijkt het bieden van auditieve training bij stoornisgericht werken voor de hand te liggen. Een goede auditieve input-functie lijkt ook een goede basis te bieden voor de verdere taal-spraak en leerontwikkeling. Op het gebied van auditieve training zijn steeds meer oefenmaterialen beschikbaar via de PC. Er is echter nog geen duidelijk antwoord op de volgende vragen: heeft het aanbieden van auditieve training wel het gewenste effect? Is er daarna inderdaad een betere basis voor de verdere ontwikkeling, of zou het misschien toch beter zijn om in meer betekenisvolle, alledaagse logopedische taaloefeningen het taalbegrip en de luistervaardigheid te verbeteren?


We weten nu nog niet zeker wat auditieve training voor meerwaarde te bieden heeft, met name voor kinderen waarbij auditieve verwerkingsproblemen een onderdeel vormen van een bredere ontwikkelingsstoornis. Echter, er is ook geen bewijs dat auditieve training geen zin heeft; auditieve vaardigheden blijken trainbaar. Hoe dit precies in zijn werk gaat, is nog steeds onduidelijk. Wel zou de logopedist die auditieve training toepast, deze het best kunnen inbedden in een bredere training, waarbij ook hoger niveau taal- en luistervaardigheden worden aangesproken (zie ook http://www.auris.nl/Home/audiologischcentrum/informatie/avp/behandeling/auditievetraining/Paginas/default.aspx).


In een (andere) review over auditieve training van Moore en Amitay (2007) wordt aangegeven dat er duidelijk positieve effecten zijn van auditieve training, maar hier spelen ook aspecten mee als aandacht en de aanspraak die gedaan wordt op zowel cognitieve (top-down) als sensorische (bottom-up)(luister)vaardigheden; zelfs training met een eenvoudig computerspelletje als Tetris blijkt verbetering in auditieve vaardigheden te kunnen opleveren! Hieruit zou afgeleid kunnen worden dat alleen al training van de gerichte aandacht voor details een goede basis legt voor verbetering van de auditieve vaardigheden. Voorlopig adviseren zij om auditieve training als volgt in te richten:


  • Pas het niveau en de inhoud van de training aan het individu aan
  • Let op de volgorde van aanbieding en gebruik voldoende herhaling van elke stap
  • Maak de taak uitdagend genoeg en niet te makkelijk (de cliënt moet rond 75% correct scoren)
  • Gebruik het liefst een computerprogramma, zodat responsen bijgehouden kunnen worden, kleine gecontroleerde stapjes gemaakt kunnen worden en stimuli aangepast kunnen worden.

In Nederland zijn een aantal computerprogramma´s verkrijgbaar die bruikbaar zijn bij het aanbieden van bovenstaande auditieve training (zie http://www.auris.nl/Home/audiologischcentrum/informatie/avp/behandeling/auditievetraining/Paginas/Formeleauditievetraining.aspx). Helaas zijn deze nauwelijks aan interventiestudes onderworpen, waardoor het te verwachten effect onduidelijk is. De logopedist die deze training toepast zal in haar klinisch/ log(oped)isch redeneren deze onzekerheden mee moeten nemen bij het opstellen en evalueren van behandelingen bij cliënten met AVP (uit: Neijenhuis, 2010).


 


8.3.11.6(2). Links


Programma’s voor auditieve training:

http://www.auris.nl/Home/audiologischcentrum/informatie/avp/Paginas/default.aspx

http://www.auris.nl/Home/audiologischcentrum/informatie/avp/behandeling/auditievetraining/Paginas/default.aspx

http://www.auris.nl/Home/audiologischcentrum/informatie/avp/behandeling/auditievetraining/Paginas/Formeleauditievetraining.aspx



Inhoud:

8.3.11.1(3). (Centraal) auditieve verwerkingstests - aanvullende informatie

8.3.11.2(3). Diversen


 

8.3.11.1(3). (Centraal) auditieve verwerkingstests - aanvullende informatie

Pot en Verschuure (1975) ontwikkelden een testbatterij, speciaal voor het vaststellen van hersenstamtumoren en vulden hiermee het arsenaal aan auditieve verwerkingstests aan. Deze testbatterij bevat een dichotische discriminatietest, een gefilterde spraaktest en een wisselspraaktest. De tests zijn vooral bedoeld voor differentiatie tussen aandoeningen van de hersenstam en de auditieve cortex. Een beschrijving van de tests is te vinden in Hfdst.8.3.5.


De SCAN is recentelijk aangepast, zodat de tests geschikt zijn voor afname bij kinderen vanaf 5 jaar: de SCAN-C (Keith, 2000).


De set tests voor toepepassing bij 6- tot 8-jarige kinderen, zoals besproken in Par.4(2) van dit hoofdstuk, is ontwikkeld door van Velzen et al. (1995). Aanleiding daarvoor was het feit dat de Nederlandstalige tests, met name Spraak-in-Ruis Test volgens Plomp, niet geschikt bleken voor personen beneden 12 jaar.


In een valideringsonderzoek (Neijenhuis e.a., 1998) is aangetoond dat deze batterij van vijf tests in staat is om kinderen zonder luisterproblemen te onderscheiden van kinderen met spraak- en taalproblemen, die o.a. luisterproblemen vertonen.


De testbatterij voor volwassenen, zoals besproken in Par.4(2) van dit hoofdstuk, is ontwikkeld in een samenwerkingsverband tussen Instituut St. Marie te Eindhoven en het Audiologisch Centrum van het UMC St. Radboud (Neijenhuis et. al., 2001). Aanleiding was de constatering dat er voor volwassenen nog geen geschikte testbatterij beschikbaar was.


 


8.3.11.2(3). Diversen

Men zou misschien in het kader van auditieve verwerkingsproblemen een bespreking verwachten van het onderwerp 'verwerkingssnelheid' m.b.t spraakverstaan. Dit onderwerp wordt tot de psycholinguistiek gerekend. Deze vorm van temporele verwerking is o.a. onderzocht door Tallal et. al. (1985).



Literatuur

  1. Groenen P. Central auditory processing disorders. A psycholinguistic approach. Proefschrift Katholieke Universiteit Nijmegen, 1997.
  2. Keith RW. Development and standardization of SCAN-C test for auditory processing disorders in children. J Am Acad Audiol 2000;11:438-445.
  3. Neijenhuis CAM, Crul Th, Maassen B, Groenen P. Validering van een categorale spraakwaarnemingstest voor kinderen. Stem-, Spraak- en Taalpathologie 1998;7:92-108.
  4. Neijenhuis CAM, Stollman M, Snik A, Van den Broek P. Development of a central auditory test battery for adults. Audiology 2001;40:69-77.
  5. Neijenhuis, K. (2003). Handleiding ´Nijmeegse testbatterij voor auditieve verwerkingsproblemen´. Nijmegen, UMC St. Radboud, afd. KNO/Audiologisch Centrum.
  6. Neijenhuis CAM. ‘Auditory Processing Disorders – Development of a test battery’. Proefschrift KU Nijmegen, 2003.
  7. Pot PJA, Verschuure J. Audiometrische bepalingsmethode van lokalisatie van centrale gehoorstoornissen. Lustrumbundel samengesteld ter gelegenheid van het 25- jarig bestaan de Nederlandse Vereniging voor Audiologie 1975:102-118.
  8. Simkens H, Verhoeven L. Auditieve vaardigheden bij kinderen; voortgang en voorlopige resultaten van lopend onderzoek. Van Horen Zeggen 2000;41:4. Over de auditieve tests voor basisschoolkinderen.
  9. Stollman M, Neijenhuis CAM, Jansen S, Simkens H, Snik A, van den Broek P. Development of an auditory test battery for young children: a pilot study. International Journal of Audiology 2004;43:330-338. Over de auditieve tests voor kleuters.
  10. Tallal P, Stark RE, Mellits ED. Identification of language-impaired children on the basis of rapid perception and production skills. Brain and language 1985;25:314- 322.
  11. Velzen ECW van, Simkens HMF, Stollman MHP. The value of central auditory tests in the detection of auditory processing disorders in language impaired children. In: Schoonhoven R, Kapteyn TS, de Laat JAPM (eds.) Proceedings European Conference on Audiology 1995: 247-253. Leiden NL: Nederlandse Vereniging voor Audiologie.
  12. ASHA. Central auditory processing: current research and implications for clinical practice. American J Audiology 1996;5: 41-54.
  13. ASHA (Central) auditory processing disorders; technical report (2005). Te verkrijgen via http://www.asha.org/docs/html/TR2005-00043.html
  14. Jerger J. and Musiek F. Report of the Consensus Conference on the Diagnosis of Auditory Processing Disorders in School-Aged Children. Journal of the American Academy of Audiology 200;11:467-474
  15. American Academy of Audiology. Guidelines for the diagnosis, treatment and management of children and adults with central auditory processing disorders (2010). Te verkrijgen via http://www.audiology.org/resources/documentlibrary/documents/capd%20guidelines%208-2010.pdf
  16. British Society of Audiology. Position Statement Auditory Processing Disorder (2011). Te verkrijgen via http://www.thebsa.org/ - klik op ‘APD special interest group’
  17. Neijenhuis K. van Herel-de Frel J. Diagnostiek van auditieve verwerkingsproblemen op het audiologisch centrum; evaluatie van een procedure. Van Horen Zeggen 2001;51: 10-18. Te verkrijgen via http://www.simea.nl/vhz/artikelen/2010/2010-1-artikel.pdf
  18. Notten M, Neijenhuis K, Stollman M, Simkens H. Snik A, Baas E. Validering van de auditieve tests voor kleuters. Logopedie & Foniatrie 2009;81:372-376
  19. Bamiou, D. E., N. Campbell, et al. Management of auditory processing disorders. Audiological Medicine 2006;4: 46-56.
  20. Moore, D. and Amitay. Auditory training: rules and applications. Seminars in Hearing 2007;28: 99-109.
  21. Neijenhuis K. Auditieve verwerkingsproblemen: heeft auditieve training effect?. Logopedie & Foniatrie 2010;12:372-375.
  22. Neijenhuis CAM, Crul TAM, Maassen B, Groenen P. Validering van een categorale spraakwaarnemingstest voor kinderen. Stem, Spraak, Taalpathologie 1998;7:92- 108.

Overige literatuur

  1. Baran JA. Audiologic evaluation and management of adults with auditory processing disorders. Seminars in Speech and Language 1996;17:233-244.
  2. Bocca E, Calearo C. Central Hearing Processes. In: Modern developments in audiology (Jerger J, ed.) New York: Academic Press, 1963.
  3. Chermak GD, Hall JW, Musiek FE. Differantial diagnosis and management of central auditory proces­sing disorders and attention deficit hyperactivity disorders. Am J Audiol 1999;10:289-303.
  4. Domitz DM, Schow RL. A new CAPD battery – multiple auditory processing assessment factor analysis and comparison with SCAN. Am Acad. Audiol 2000;11:101- 111.
  5. Ferman L, Verschuure J, van Zanten GA. Impaired speech perception in noise in patients with a normal audiogram. Audiology 1993;32:49-54.
  6. Jerger JJ. Controversial issues in central auditory processing disorders. Seminars in Hearing 1998;19:393-398.
  7. Keith RW. Central auditory function. Otolaryng Clin North Am 1991;24:371-379.
  8. Musiek FE. Central auditory tests. Scand Audiol Suppl 1999;51:33-46.
  9. Musiek FE. Habilitation and management of auditory processing disorders: overview of selected procedures. J Am Acad. Audiol 1999;10:329-342.
  10. Katz J, Wilde L. Auditory Processing disorders. In: Handbook of Clinical Audiology (Katz J, ed.), 1994:490-502.
  11. Keith RW. Development and standardization of SCAN-A: test of auditory processing disorders in adolescents and adults. J Am Acad Audiol 1995;6:286-292.
  12. Pape JH. Spraakverstaan in achtergrondlawaai bij kinderen. Stem-, spraak- en taalpathologie 1993;2:178-191.
  13. Plomp R, Mimpen AM. Improving the reliability of testing the speech reception threshold for sentences. Audiology 1979;18:43-52.

© NVA leerboek 2000-2017 Privacy | Disclaimer | Copyright | Statistieken | Webredactie