Audiologieboek
Home  |   NVA  |   Print deze pagina  |    |     
 Titel: 9.7.1(2). Ondersteuning van de communicatie met technische hulpmiddelen
 Auteur: Kapteyn
 Revisie: 2007

De in dit hoofdstuk afgebeelde hulpmiddelen houden geen voorkeur in voor het betreffende systeem of apparaat. De keuze voor een bepaalde afbeelding is bepaald door de mate waarin deze de tekst ondersteunt en door de educatieve kwaliteit (‘duidelijkheid’) van die afbeelding.


Inhoud:

9.7.1.1(2). Inleiding

9.7.1.2(2). Contact maken met slechthorenden

9.7.1.3(2). Technische hulpmiddelen om de aandacht van slechthorenden te wekken

9.7.1.4(2). Technische mogelijkheden bij het spraakverstaan

9.7.1.5(2). Technische mogelijkheden bij telecommunicatie

9.7.1.6(2). Hulpmiddelen bij de informatieoverdracht via radio en televisie

9.7.1.7(2). Nieuwe ontwikkelingen – ‘bluetooth’ technologie

9.7.1.8(2). Vergoedingen bij aanschaf van apparatuur

9.7.1.9(2). Websites met informatie over technische hulpmiddelen

 

9.7.1.1(2). Inleiding

Communicatie tussen twee personen begint met het maken van contact. In geval van slechthorendheid kan het maken van contact al direct een probleem vormen, omdat daarbij meestal gebruik wordt gemaakt van geluid, zoals bellen, roepen en aanspreken. Er zijn echter ook andere signalen, waarbij géén gebruik wordt gemaakt van geluid, om contact tot stand te brengen.


Als er een contact tot stand is gekomen kan er een uitwisseling van informatie en gedachten starten. Vaak zal dit een mondelinge communicatie zijn waarvan horen en verstaan essentiële onderdelen zijn. Slechthorenden hebben hier dus een beperking. Ook dan zijn er mogelijkheden en hulpmiddelen toe te passen om deze beperking te reduceren. Het belangrijkste hulpmiddel daarvoor is ongetwijfeld het hoortoestel. Daaraan is in andere hoofdstukken al aandacht besteed. In dit hoofdstuk worden andere, aanvullende, mogelijkheden besproken. Dit betreft een groot aantal apparaten en systemen. Teneinde op voorhand enig zicht op de te bespreken apparaten te geven is in Tabel I een rangschikking van deze hulpmiddelen weergegeven volgens het schema ‘invoerapparaat’ – ‘verbinding’ – ‘uitvoerapparaat’.


Categorieën invoerapparaten

Typen verbindingen

Uitvoerapparaten

Wek- en waarschuwingssysteem Snoer Flitsapparaat
Trillingsapparaat (vibrator)
Hoorhulp
Soloapparatuur
Snoer
Infrarood
FM
Combinatie van FM en bluetooth
Hoortoestel
CI
Hoofdtelefoon
Telefoon
GSM telefoon
GPRS telefoons
Snoer
FM, via bluetooth
FM, via snoer
Bluetooth
GPRS
Hoortoestel
Telefoonhoorn
Hoofdtelefoon
Beeld / tekst
PC

Tabel I. Ordening van de aanvullende hulpmiddelen voor slechthorenden volgens het schema ‘invoerapparaat’ – ‘verbinding’ – ‘uitvoerapparaat’. De verschillende verbindingen zijn op verschillende in- en uitvoerapparaten van toepassing.


 


9.7.1.2(2). Contact maken met slechthorenden

In het dagelijks leven zal een slechthorende bij iemand die hij of zij wil spreken vaak zelf aanbellen. Als de deur wordt open gedaan kan een mondelinge informatie-uitwisseling beginnen. Maar in veel gevallen moet de slechthorende bij de deur reageren op een vraag of aanwijzing uit een klein luidsprekertje. Als de slechthorende dat geluid niet hoort komt er vrijwel zeker geen contact tot stand en dus strandt de poging om tot communicatie te komen. Het is dus zaak dat de slechthorende aanbeller zich daarop heeft voorbereid. Dat kan door vooraf zijn/haar komst aan te kondigen of om ervoor te zorgen dat het geluid uit een dergelijke luidspreker met het eigen hoortoestel kan worden waargenomen, zodat een respons gegeven kan worden. In geval van wél iets horen maar niet goed verstaan kan door iets terug te zeggen wellicht toch contact totstandkomen.


Wanneer men een slechthorende wil gaan bezoeken ligt het probleem anders. Dan moet het belsignaal in huis goed opgemerkt kunnen worden. Dat zal niet altijd het geval zijn. Nu zijn er wel diverse mogelijkheden beschikbaar om een deurbel, ook bij een minder goed gehoor, waarneembaar te maken. Voorbeelden daarvan worden in het vervolg van dit hoofdstuk besproken. Het kan echter de vraag zijn of de te bezoeken slechthorende daarover beschikt. In dat geval is het weer verstandig het bezoek aan te kondigen. Van te voren opbellen zal vaak geen optie zijn omdat het onzeker is of de telefoonbel wel gehoord wordt. Als het onzeker is dat de te bezoeken persoon via geluidssignalering te bereiken is kan het handig zijn van te voren met een e-mail, een SMS of een geschreven briefje het bezoek aan te kondigen. Het is wel zaak het tijdstip goed af te spreken. De slechthorende kan dan ‘op de uitkijk’ staan. Om dit niet te lang te laten duren of vergeefs te doen zijn is het zaak de afspraak correct na te komen.


Bij een persoonlijke ontmoeting kan het soms ook lastig zijn om met een ernstig slechthorende in gesprek te komen. Als niet gehoord wordt dat er iemand is genaderd kan het plotseling opduiken in het gezichtsveld schrik veroorzaken. Dat is dan geen prettige start van een contact. Het is daarom nuttig eerst even de slechthorende aan te tikken zodat deze alert is op het aangesproken worden.


In een gezin of een samenkomst kan het roepen van een slechthorende een probleem zijn. Een slechthorend kind dat in een andere kamer speelt zal het roepen vaak niet horen. Uiteraard geldt dit niet alleen voor ouders en kinderen. Ook bij oudere echtparen kan dit verschijnsel zich voordoen. Er zijn vrij eenvoudige, en dus niet erg dure technische mogelijkheden, om dit op te lossen. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt ook daar aandacht aan besteed.


 


9.7.1.3(2). Technische hulpmiddelen om de aandacht van slechthorenden te wekken (‘wek- en waarschuwingssystemen’)

Voor slechthorenden kan het niet horen van de deurbel een probleem zijn. Hierbij is een goede keuze van de bel wel van belang. Omdat bij slechthorendheid meestal het horen van de lage tonen het minst verminderd is verdient een type met een hoog geluidsniveau en met veel lage tonen de voorkeur. Een ongunstig punt is dat storend geluid ook vaak in de lage tonen het sterkst is. Een geheel andere invalsweg is het gebruik maken van een ander zintuig om het signaal van de deurbel waar te nemen. Allereerst kan dan gedacht worden aan een lichtsignaal dat via de bel wordt opgewekt. Er zijn apparaten te koop die door aansturing van het belsignaal een flitslamp starten. Vaak is het mogelijk niet alleen de deurbel maar ook de telefoonbel op deze flitslamp aan te sluiten. De herkenning welk geluidssignaal het flitsapparaat heeft gestart komt tot stand doordat het aantal flitsen per seconde voor de twee bellen verschilt.


Het kunnen opmerken van een flitslichtsignaal vereist wel dat men in of dicht bij de ruimte is waar de lamp flitst. Dit probleem kan opgelost worden door gebruik te maken van meerdere flitslampen, in meerdere ruimten. Een andere technische mogelijkheid is het draadloos overbrengen van het belsignaal naar een ontvanger die de slechthorende bij zich draagt, b.v. een trilhorloge of trillingsapparaat. Veel mobiele telefoons hebben ook trilfaciliteit, zodat het contact opnemen per telefoon op die manier kan gaan.


In het voorgaande is aandacht besteed aan het contact leggen via huisbel en telefoon. In gezinnen met jonge kinderen is ook het horen van geluiden van baby’s en jonge kinderen heel belangrijk. Daarvoor is op de bovengenoemde flitslamp ook een babyfoon aan te sluiten. Het lichtsignaal heeft dan weer een eigen frequentie zodat het te onderscheiden is van de huisbel en de telefoonbel. Daarnaast kan met een draadloze verbinding een signaal van een microfoon die dicht bij het kleine kind is geplaatst overgebracht worden naar een ontvanger die één van de ouders bij zich draagt. Die ontvanger kan dan het signaal aanbieden als trilling of eventueel als versterkt geluid. Natuurlijk kan het ook via de ringleiding aan het hoortoestel aangeboden worden.


Het horen van een wekker kan ook een probleem zijn. Als een lichtflitsinstallatie aanwezig is kan het signaal van de wekker die starten. Er zijn ook wekkers die een trilapparaat starten. Die kan bij bevestiging op het ledikant een zodanig trillen dat de meeste slapers er wel wakker van worden. Bij potentiële verslapers is een combinatie van diverse weksignalen toe te passen.


Het principe van een installatie om in huis de aandacht van een slechthorende te wekken, waarin de hiervoor besproken apparaten geïntegreerd zijn, is weergegeven in Fig.1.


Fig.1. Principe van een installatie om in huis de aandacht van een slechthorende te wekken. Het gaat daarbij om een wekker (a), een babyfoon (b) en een deurbel (c). De ‘geluiden’ van deze apparaten worden via een versterker ingevoerd in een trilapparaat (d) en in een flitslamp (e). Herkenning van de afzonderlijke apparaten komt tot stand op basis van de flitsfrequentie van de lamp.

Een voorbeeld van een afzonderlijke (‘stand alone’) flitswekker is te zien in Fig.2.


Fig.2. Voorbeeld van een afzonderlijke (‘stand alone’) digitale flitswekker. De flitswekker bestaat uit een wekker en flitslamp met voet. Als de wekker afloopt levert de lamp heldere flitsen. Het betreft hier een HGT digitale flitswekker geleverd door HGT Nederland.

Een voorbeeld van een ‘stand alone’ trilwekker is afgebeeld in Fig.3.


Fig.3. Voorbeeld van een afzonderlijke (‘stand alone’) digitale trilwekker. Deze bestaat uit een wekker en een trilapparaat. Als de wekker afloopt trilt de vibrator. Het betreft hier een Bellman Visit ‘stand alone’ trilwekker.

Contact opnemen met een slechthorende die niet in de directe omgeving aanwezig is kan vrij eenvoudig met systemen die bestaan uit een zender en ontvanger. Dit is het principe van de in de volgende paragraaf te bespreken ‘soloapparatuur’. Het waarschuwingssignaal kan overgebracht worden via een draadverbinding, een infrarood (onzichtbaar) lichtsignaal of een radiosignaal. De laatste mogelijkheid is veelal te prefereren omdat er geen draadverbinding nodig is en een kamerwand ook geen beperking vormt voor de bereikbaarheid. De gedachte is dat de oproeper het basisapparaat met de aangesloten microfoon ter beschikking heeft en dat de te bereiken slechthorende de ontvanger bij zich heeft. Het te ontvangen signaal kan aangeboden worden als trilling of als geluid, b.v. via een hoofdtelefoon. De laatste mogelijkheid impliceert dat het afgedekte oor minder goed bereikbaar is voor het normale omgevingsgeluid. Een andere mogelijkheid is het ontvangen signaal met een halslus (kleine ringleiding) als FM signaal via de luisterspoel van het hoortoestel aan te bieden. Dit veronderstelt wel dat de slechthorende een hoortoestel gebruikt dat dus een luisterspoeltje moet hebben. Bij voorkeur dient het hoortoestel ook nog een combinatie stand M-T te hebben zodat bij inschakeling van het luisterspoeltje ook de microfoon ingeschakeld blijft. Als dit laatste niet het geval is en de slechthorende wel twee toestellen draagt kan één van de toestellen in de T-stand en één in de M-stand gezet worden.


Deze voorbeelden geven aan dat met wat nadenken en handigheid oplossingen gevonden kunnen worden voor de moeilijkheid om contact te krijgen met een ernstig slechthorende.


 


9.7.1.4(2). Technische mogelijkheden bij het spraakverstaan

Het belangrijkste hulpmiddel om geluid te versterken is het hoortoestel. Hieraan is in de voorgaande hoofdstukken van deze Rubriek 9 al uitvoerig aandacht besteed. In dit hoofdstuk worden enkele andere geluidsversterkende technieken gepresenteerd, van heel eenvoudige tot technische hoogstandjes. De betreffende hulpmiddelen kunnen als afzonderlijke ‘hoorhulpen’ of ‘luisterhulpen’ worden gebruikt, door mensen die geen hoortoestellen dragen of die in bepaalde situaties niet willen gebruiken, maar ook in combinatie met hoortoestellen. In veel gevallen gaat het om apparaten en technieken die de signaal-ruis verhouding verbeteren.


  • De hand achter het oor
    Door de hand achter de oorschelp te houden wordt het oppervlak van het trechtervormige uitwendige oor vergroot en wordt dus een groter gedeelte van het aangeboden geluid opgevangen. Naast een versterkend effect heeft het een richtinggevoelige werking en verbetert het dus enigszins de signaal-ruis verhouding. Belangrijker is echter het sociale aspect. De gesprekspartner ziet dat het verstaan wat gezegd wordt extra inspanning kost en dit zal een hint zijn om duidelijk en bij voorkeur wat langzamer te praten.


  • De hoortrompet
    De hoortrompet, afgebeeld in Fig.4, is eigenlijk een technische verbetering van de hand achter het oor. Niet alleen is het oppervlak waarover het geluid wordt opgevangen groter maar vooral wordt het geluid dichter bij de geluidsbron opgevangen. Daar is de geluidsintensiteit groter. Dit apparaat is nauwelijks meer in de handel te verkrijgen. Het is echter heel eenvoudig zelf te maken door aanschaf van een trechter, een stukje (tuin)slang en een dopje dat de aansluiting van de slang naar de gehoorgang verzorgt. Met name in rumoerige situaties zoals in een zaal van een ziekenhuis of in een recreatieruimte van een verzorgingshuis kan dit hulpmiddel een goede verbetering leveren, zeker als de slechthorende geen hoortoestel gebruikt. Als dat wel het geval is kan de hoortrompet gemodificeerd worden door op de slang aan beide zijden met een trechter te plaatsen. Het hoortoestel krijgt dan het gerichte geluid extra sterk aangeboden.


    Fig.4 De hoortrompet en in eenvoudiger en moderner vorm de hoorslang blijven goed bruikbare technische hulpmiddelen bij gesprekken tussen twee of drie personen.

    Uiteraard is er van de hoortrompet een elektronische versie ontwikkeld. Een voorbeeld van een apparaatje met deze functie is de ‘Babble’, afgebeeld in Fig.5. Het apparaatje bevat twee richtinggevoelige microfoontjes die de spraak van de gesprekspartner selectief oppikken en versterkt doorgeven.


    Fig.5. De ‘Babble’, voorbeeld van een ‘stand alone’ apparaatje waarmee de spraak van een gesprekspartner selectief opgepikt en versterkt doorgegeven kan worden.

    Een tweede voorbeeld van een individuele hoorhulp, dus in feite een elektronische versie van de hoortrompet, is de ‘Crescendo 20 plus’ Fig.6). Het is een – individuele - versterker voor TV, radio en vooral voor dialoogsituaties wanneer er geen hoorapparaat voorhanden is. Door een ingebouwde microfoon wordt het geluid opgenomen, versterkt en met een ‘kinbeugelhoofdtelefoon’ rechtstreeks naar het oor overgebracht. Het ontvangen geluid kan ook via een ringleiding (lus) aan een hoortoestel aangeboden worden.


    Fig.6. De ‘Crescendo 20 plus’, een tweede voorbeeld van een individuele hoorhulp waarmee het geluid van TV en radio opgevangen en versterkt kan worden en dat gebruikt kan worden in dialoogsituaties. Het ovale apparaatje in de figuur bevat de microfoon en de versterker en het rechter onderdeel is de kinbeugelhoofdtelefoon.

  • Het hoortoestel met externe microfoon
    Als een slechthorende een hoortoestel gebruikt zal in principe al het aanwezige geluid door de microfoon van het toestel worden opgevangen en worden versterkt. Voor het goed verstaan van een gesprekspartner dient dat spraakgeluid wél en ander geluid niét versterkt te worden. Hoortoestellen met een richtinggevoelige microfoon kunnen dat in zekere mate bewerkstelligen, maar als de microfoon (via een snoertje) dicht bij de mond van de gesprekspartner gehouden zou worden zou een beter resultaat bereikt kunnen worden. Bij diverse achter-het- oor (AHO) toestellen kan nu m.b.v. een op het hoortoestel geplaatst kapje een externe microfoon aangesloten worden. Dit is een elegante versie van de elektronische hoortrompet. Dit hoortoestel met externe microfoon biedt een effectieve methode om de signaal-ruis verhouding bij het voeren van een gesprek in een rumoerige situatie te verbeteren. Een nadeel is echter dat de gesprekspartner min of meer gebonden is aan een plaats bij de microfoon. Bovendien moet de luisteraar die microfoon steeds bij de mond van de spreker houden.


  • Soloapparatuur
    De hiervoor besproken hoorhulpen om bij het voeren van een gesprek in een rumoerige situatie de signaal-ruis verhouding te verbeteren hebben alle als beperking de aanwezigheid van een draadverbinding tussen de externe microfoon en het ontvangapparaat. Een ‘handsfree’ hoorhulp, waarbij de gesprekspartners een grotere bewegingsvrijheid hebben, verdient daarom de voorkeur. Het principe is geïllustreerd in Fig.7. Deze mogelijkheden zijn beschikbaar in twee versies.


    Fig.7. Soloapparatuur kan het verstaan van een spreker in een rumoerige omgeving sterk verbeteren.

    • Soloapparatuur - Infraroodsysteem
      Het geluid bij de mond van de spreker wordt opgevangen met een microfoon en omgezet in een onzichtbaar lichtsignaal (infrarood licht). In de ontvanger van de luisteraar wordt dit lichtsignaal weer omgezet in geluid. Een voorbeeld van een infraroodsysteem voor gebruik bij b.v. TV en radio is de ‘Infraport 810’ van Sennheiser, afgebeeld in Fig.8. Het apparaat als geheel is links afgebeeld. De belangrijkste onderdelen zijn de zender (b) die wordt aangesloten op de geluidsbron, de kinbeugel (a) waarin zich de ontvanger bevindt en die voorzien is van een volumeregelaar (c).


      Fig.8. De ‘Infraport 810’ van Sennheiser, als voorbeeld van soloapparatuur waarbij gebruik gemaakt wordt van infrarood licht. Het apparaat als geheel is links afgebeeld (a). De zender (b), tevens laadstation voor de batterij in de ontvanger, wordt aangesloten op de geluidsbron. Het geluid wordt vervolgens draadloos doorgegeven aan de kinbeugelontvanger (a). Deze is voorzien van een volumeregelaar (c). Het apparaat heeft een bereik tot 12 meter.

      Het elektrisch signaal van de ontvanger kan ook via een kapje direct in het hoortoestel ingevoerd worden, of via een kleine ringleiding om de hals als FM signaal aan de luisterspoel van het hoortoestel aangeboden worden.


    • Soloapparatuur – Overbrenging via FM
      Bij soloapparatuur met elektromagnetische overbrenging (FM) wordt het geluid van een spreker, dat door de microfoon wordt opgevangen, via een FM signaal overgebracht naar de ontvanger van een luisteraar. De ontvanger heeft dan de zelfde mogelijkheden als bij infrarood transmissie. Het elektrisch signaal van de ontvanger kan dus via een audioschoentje in het hoortoestel ingevoerd of - contactloos - via een kleine ringleiding om de hals als FM signaal aan de luisterspoel van het hoortoestel worden aangeboden. Een voorbeeld van een dergelijk systeem is de ‘Mikroport 2015’ van HGT Nederland (Fig.9). In dit systeem is het ook mogelijk, i.p.v. de ontvanger (d) een mini FM-ontvanger direct via een audioschoentje op het hoortoestel aan te sluiten.


      Fig.9. De ‘Mikroport 2015’ van HGT, als voorbeeld van soloapparatuur waarbij
      gebruik gemaakt wordt van overbrenging via FM. De verschillende onderdelen zijn de reversmicrofoon (a), de laadbak voor de accu’s (b), de zender (c) en de ontvanger (d). Zender en ontvanger worden bevestigd met draagriemen (Fig.7).


    De voorkeur voor één van de beide systemen is situatieafhankelijk. Een beperking van het infraroodsysteem is dat de ontvanger de zender moet ‘zien’, want het gaat om overbrenging door licht. Wanneer zich tussen zender (of spreker) en ontvanger een obstakel bevindt is geen ontvangst mogelijk. Dat is weer een voordeel als het signaal niet in andere kamers of ruimtes hoorbaar moet zijn, want de wanden vormen een afscheiding. Een nadeel van het infraroodsysteem is, dat als de zon schijnt, de infrarode straling daarvan een storende ruis veroorzaakt.


    De overbrenging via een FM signaal is in de meeste situaties minder storingsgevoelig en ook bruikbaar als de gesprekspartners in verschillende vertrekken verblijven. Een nadeel is dat anderen het signaal kunnen opvangen en dat spreker-ontvanger combinaties elkaar storen als zij dezelfde golflengte gebruiken. De draagwijdte van een soloapparaat is beperkt tot tientallen meters. Een krachtige externe zender op de gebruikte golflengte uitzendt kan een oorzaak van storing zijn.


    Soloapparatuur wordt met name toegepast bij slechthorenden die abnormaal veel hinder van omgevingslawaai of storende geluiden hebben. De mate waarin deze hinder aanwezig is wordt vastgesteld met een uitgebreid gehooronderzoek waarin onder verschillende condities de kritische signaal-ruis verhouding voor het spraakverstaan in ruis wordt gemeten. Zie voor deze bepalingen Hfdst.8.3.7(2) en Hfdst.8.3.11(2).


    Als er een afwijking is van enkele dB’s kan voor scholieren en voor personen die in communicatie-intensieve werksituaties functioneren een verstrekking (in bruikleen) van soloapparatuur worden aangevraagd, hetzij bij de Zorgverzekeraar, hetzij volgens de regelgeving vastgelegd in de wet ‘REA’ (‘Wet Reïntegratie Arbeidsgehandicapten’). Voor verdere informatie over deze regelingen zie de laatste paragraaf van dit hoofdstuk.


    In een aantal situaties worden verbeteringen van het spraakverstaan in rumoer bij gebruik van het eigen hoortoestel, zoals hiervoor beschreven, ook bereikt met een ringleiding.


  • Ringleiding
    In de tot nu toe besproken systemen is steeds geluidscommunicatie tussen twee personen en de ontvangst van een geluidsbron door één persoon het uitgangspunt geweest. In onderwijssituaties of andere informatieoverdrachtsituaties, zoals in een kerkdienst of een bespreking, kan het gewenst zijn dat meerdere personen tegelijkertijd de spreker in een gunstiger luistersituatie – dan normaal het geval is – kunnen volgen. In deze gevallen kan gebruik gemaakt worden van een ringleiding. Dit systeem bestaat uit een (lange) geïsoleerde metalen draad en een (ringleiding) versterker. Ringleidingen zijn relatief goedkoop.


    In een akoestische geluidsinstallatie wordt het stemgeluid van een spreker opgevangen door een bij de geluidsbron geplaatste microfoon en vervolgens versterkt. Ook kan de geluidsinstallatie direct op de output van b.v. de radio, een CD speler of de TV aangesloten zijn. Normaliter wordt het versterkte geluid via luidsprekers weergegeven. Bij toepassing van een ringleiding wordt het signaal tevens door een geïsoleerde metalen draad gestuurd die rondom in de betreffende ruimte of kamer ligt, b.v. langs de plinten. Het elektrische signaal bouwt bij het door die draad gaan een magnetisch veld op in die ruimte. Dit veld bevat precies de zelfde informatie als het geluid dat uit de luidsprekers komt maar is onhoorbaar voor het normale oor. Een hoortoestel kan, als het in de T-stand geschakeld is, dit signaal opvangen en als geluid aan het te ondersteunen oor aanbieden. Omdat de ringlei ding in de hele vergaderruimte of kamer dat veld opwekt kunnen meerdere toesteldragers, terwijl zij zich vrij in de ruimte kunnen bewegen, dat geluid opvangen. Wél is het magnetisch veld op de ene plaats vaak sterker dan op de andere. Op veel versterkers kunnen meerdere apparaten aangesloten worden, zoals een babyfoon, de deurbel, de radio en de TV.


    Aansluiting, in een huiskamer, van een ringleiding direct op de radio of TV heeft het voordeel dat de slechthorende met het hoortoestel het geluid van die ap paraten wat harder krijgt aangeboden zonder last te hebben van het omgevingslawaai. Om toch het geluid in de kamer ook enigszins te kunnen horen, hebben veel hoortoestellen een MT-stand. Bij enkele toestellen kan de sterkteverhouding van het geluid, opgevan gen via de microfoon en de luisterspoel worden ingesteld. Ouders kunnen bij het voorlezen voor hun slechthorende kind het ringlei dingsysteem gebruiken omdat de spraak extra duidelijk overgedragen wordt en het kind niet afgeleid wordt door allerlei om gevingsgeluiden.


  • Vergaderset
    Het volgen van besprekingen in vergaderingen is voor veel slechthorenden een inspannende bezigheid. Vaak kost het enige tijd om te bepalen uit welke richting een opmerking komt. Daarmee is dan al het begin van een betoog gemist. Ook kan veelal geen grote steun aan het spraakafzien worden verkregen. Het storende lawaai is dan extra hinderlijk te meer als het hoortoestel dat eveneens versterkt. In die situaties kan het nuttig zijn wanneer elke deelnemer aan een bespreking een eigen tafelmicrofoon voor zich heeft staan. De persoon die het woord gaat voe ren dient het knopje van de eigen microfoon in te drukken. In geavanceerde technieken kunnen deze microfoons zelfs draadloos het signaal overbrengen naar de versterker. Het signaal kan dan via een ringleiding overgebracht worden naar de hoortoestellen. Het systeem werkt alleen goed als slechts één microfoon tegelijk ingeschakeld kan worden. Dergelijke vergadersets kunnen op grond van de wet REA verstrekt worden aan personen die dit voor de uitoefening van hun beroep nodig hebben. De procedure voor de verstrek king verloopt veelal soepeler wanneer een Audiologisch Centrum de voor de aanvraag benodigde infor matie verstrekt.



 


9.7.1.5(2). Technische mogelijkheden bij telecommunicatie

Bij telecommunicatie denken we in de eerste plaats aan het voeren van gesprekken via de telefoon. Daarnaast zijn er tal van mogelijkheden om te communiceren zónder gebruik te maken van geluid. Men kan hierbij denken aan het versturen en beantwoorden van e-mails, SMSjes en faxen. In dit deel van dit hoofdstuk zullen we ons beperken tot de vormen van telecommunicatie waarbij slechthorendheid een beperkende werking heeft en op de systemen die zijn ontwikkeld om deze beperkingen vanwege slechthorendheid te ondervangen.


  • De telefoonbel
    Het kunnen horen van de telefoonbel is een essentieel onderdeel van het gebruik van dit communicatiemiddel. Er zijn telefoontoestellen met extra luide bel verkrijgbaar. Daarnaast is er de mogelijkheid van een signalering door middel van lichtflitsen zoals boven besproken in Par.2 van dit hoofdstuk.


  • Telefoneren
    Voor het voeren van een gesprek met een slechthorende heeft de telefoon gunsti ge en ongunstige eigenschappen. Gunstig is dat de spreker de microfoon in de hoorn vlak voor de mond heeft, zodat het spraakgeluid goed opgevangen wordt in vergelijking tot storend geluid. Een ander gunstig aspect is dat het geluid di rect aan het oor wordt aangeboden. Bij een niet al te ernstige mate van slechthorendheid zal daardoor het voeren van een gesprek per telefoon vaak gemakkelijker zijn dan een direct gesprek. Om de mogelijkheden verder te verbeteren kan ook een telefoontoestel met volumeregelaar gebruikt worden of een telefoonhoorn met een ingebouwde regelbare versterking.


    Als het verstaan van de telefoon toch problematisch is levert een hoortoestel vaak niet veel verbetering. Omdat de telefoonhoorn dan dicht bij het oor met het hoortoestel gehouden wordt kan het versterkte geluid dat langs het oorstukje uit de gehoorgang ontsnapt heel gemakkelijk weer door de microfoon van het hoortoestel worden opgevangen. Dit leidt tot ‘rondzingen’. Een oplossing kan zijn een telefoonhoorn met een ingebouwde ringleiding of een halsringleiding die aangesloten is op de telefoon. Een voorbeeld van het laatste is de CLA 7 inductie-loopset ‘Clearsound’, afgebeeld in Fig.10 (linker figuur). In beide gevallen kan met het hoortoestel op de T-stand geluisterd worden. Rondfluitproblemen zijn er niet, omdat de microfoon van het hoortoestel uitgeschakeld staat. Eventueel kan hierbij het andere hoortoestel op de M-stand blijven staan.


    Een voorbeeld van een versterker voor een mobiele telefoon voor gebruik met hoofdtelefoon is de Auditech loopset PL-200, afgebeeld in Fig. 10 (rechter figuur). Het afgeven van het versterkte geluidssignaal gebeurt via een lichte, in de handel verkrijgbare hoofdtelefoon. Bovendien kan de PL-200 via een audiokabel met audioschoen direct aan het hoorapparaat aangesloten worden. In dit geval wordt dus niet gebruik gemaakt van een inductielus. Wel hebben dergelijke apparaten soms een ringleiding in de vorm van een haakje, dat achter het hoortoestel op het oor gehaakt wordt. In alle gevallen stoort de telefoon niet meer op het hoortoestel en heeft de slechthorende tijdens het bellen geen last van storende achtergrondgeluiden.


    Fig.10. Linker figuur. De CLA 7 inductie-loopset ‘Clearsound’, met een halsringleiding voor gebruikers van een hoortoestel met T-stand. Het apparaat is, al dan niet via een verloopsteker, in te pluggen op diverse merken mobiele telefoons en op draadloze telefoons. Het kastje bevat een volumeregelaar.
    Fig.10. Rechter figuur. De Auditech loopset PL-200 als voorbeeld van een versterker voor een mobiele telefoon voor gebruik met hoofdtelefoon. Het afgeven van het versterkte geluidssignaal gebeurt via een lichte, in de handel gebruikelijke hoofdtelefoon. Bovendien kan de PL-200 via een audiokabel met audioschoen direct aan het hoorapparaat aangesloten worden. In dit geval wordt dus niet gebruik gemaakt van een inductielus. Wel hebben dergelijke apparaten soms een ringleiding in de vorm van een haakje, dat achter het hoortoestel op het oor gehaakt wordt. Het afgebeelde lichtgrijze kastje is weer de volumeregelaar.

    Het is een bekend feit (Hfdst.10.3.1(2)) dat de telefoon de hoge frequenties van het (spraak)geluid wél en de lage frequenties daarin niet aanlevert. Voor goedhorenden is dat een voordeel, omdat voor het verstaan van wat er gezegd wordt de hoge frequenties het belangrijkst zijn. Slechthorenden echter, met vaak gehoorverliezen in de hoge tonen en een beter gehoor voor de lage tonen, hebben hier een probleem, omdat de lage frequenties een maskerend effect kunnen hebben. Anderzijds reiken de vooral de lage tonen informatie aan over karakteristieke eigenschappen van de stem van de spreker en bieden dus mogelijkheden voor stemherkenning. Iedereen heeft wel eens ervaren dat de telefoon een heel hinderlijk apparaat wordt wanneer je door iemand gebeld wordt en je niet zeker weet met wie je spreekt. Deze laatste beperkingen zullen goeddeels opgeheven zijn wanneer de beeldtelefoon verder in gebruik komt. Dan zal ook het lipbeeld beschikbaar zijn.


  • Teksttelefoon
    In zijn oorspronkelijke vorm is de teksttelefoon (Fig.11, ook bekend als ‘Visicom’) een systeem om getypte informatie te ontvangen of die over te zenden naar een ander teksttelefoonapparaat. Wanneer verbinding is gemaakt wordt – via een afzonderlijk telefoonnummer (de hoorn in Fig.11 ligt naast het toestel) – een boodschap naar de andere gebruiker van een teksttelefoon ingetypt op het toetsenbord. De tekst wordt zichtbaar op het beeldscherm. Het is ook mogelijk de tekst in te typen met de druktoetsen van het telefoontoestel door een combinatie van de negen druktoetsen te benutten. De ontvanger ziet de ingetypte tekst op zijn/haar beeldscherm en kan na afsluiting van de invoer hierop reageren. Het systeem is in deze vorm bedoeld voor communicatie met ernstig slechthorenden of doven. Wanneer een horende een bericht wil sturen naar iemand die een teksttelefoon heeft kan via een speciaal telefoonnummer een typiste van de KPN gebeld worden die de tekst voor de slechthorende intypt. Ook kan voor het intypen van een tekst gebruik gemaakt worden van een op een gewoon telefoontoestel aan te sluiten apparaatje (‘teletoets’). Voor doofblinden bestaat een teksttelefoon met een leesloepfaciliteit. Ook is aansluiting op een brailleleesregel mogelijk.


    Een nadeel van deze vorm van teksttelefonie is dat men met een teksttelefoon niet naar een gewone telefoon kan bellen en met een gewone telefoon niet direct naar een teksttelefoon. Bovendien is deze vorm van telefoneren tijdrovend en dus kostbaar.


    Fig.11. Principe van de teksttelefoon

    Met de introductie van de fax en de opkomst van de PC zijn de communicatiemogelijkheden voor ernstig slechthorenden en doven sterk toegenomen. Het gaat hier in het bijzonder om het e-mailen. Deze ontwikkeling heeft ertoe geleid dat het principe van de teksttelefoon geïntegreerd is in de mogelijkheden van de PC. Daarmee is het specifieke gebruik van de teksttelefoon zoals hiervoor beschreven in feite wat achterhaald. Verder heeft het veelvuldig gebruik van mobiele telefoons ertoe geleid dat het gebruik van de teksttelefoon ook gecombineerd wordt met mobiele telefonie en daarbij in het bijzonder het SMSen. Hierna worden enkele voorbeelden besproken. Eerst worden in het kort de mogelijkheden van e-mail, MSN, SMS, en fax besproken.


    • E-mail en MSN
      Een heel intensief gebruikt communicatie medium is e-mail. Daarbij wordt via de telefoonlijn een via de PC ingetypte boodschap verzonden naar de computerbrievenbus van de geadresseerde. De toepassing van dit systeem vereist wel dat men een e-mail adres heeft bij een ‘provider’, het bedrijf dat voor een groep gebruikers het e-mail verkeer verzorgt. De positieve aspecten van deze vorm van communicatie zijn dat het bericht in alle rust kan worden opgesteld en na het oversturen vrijwel direct in de bus van de geadresseerde arriveert. Of de boodschap dan direct overkomt is afhankelijk van de mate waarin de ontvanger de e-mail post op de eigen computer leest. Als dit direct het geval is, doordat die computer daarvoor open staat, kan per omgaande geantwoord worden. Doordat voor het overzenden maar heel kort van de telefoonlijn gebruik gemaakt wordt is dit een goedkope manier van communiceren. Als het een spoedboodschap betreft kan men de geadresseerde via de normale telefoon even laten weten dat er een mail verzonden is. Het e-mailen opent prachtige mogelijkheden om langere stukken tekst of brieven over te sturen bijvoorbeeld om die te laten becommentariëren.


      MSNen is een vorm van ‘instant messaging’, een protocol om snel interactief te e-mailen met meerdere personen, vroeger ‘chatten’ genoemd (nl.msn.com). Eigenlijk zijn e-mail en MSN de moderne equivalenten van de teksttelefoon. In beide gevallen is er een directe verbinding.


    • SMS
      Het is met de mobiele telefoon mogelijk om een op het toestel ingetypte boodschap direct in te laten lezen in het mobieltje van de gebelde. Hier wordt dus geen mondelinge mededeling maar een ingetypte boodschap per telefoon overgebracht. Op het toestel van de gebelde persoon wordt op het venstertje aangegeven dat er een SMS-bericht is binnengekomen. Het snel opstellen van het bericht vergt wat ervaring omdat elke letter meestal via het kleine getallenpaneeltje moet worden gecreëerd. Vaak wordt daarom gewerkt in telegramstijl. Bovendien is er in het mobieltje vaak een set van symbolen beschikbaar waarmee als het ware voorgeprogrammeerde boodschappen kunnen worden overgestuurd. Er is echter ook een draagbaar klein toetsenbord in de handel dat aangesloten kan worden op een mobieltje waarmee het typen van een boodschap gemakkelijker wordt.


    • FaxDe fax biedt de mogelijkheid een schriftelijk bericht per telefoonlijn aan de gebelde over te sturen. Er wordt gebruikgemaakt van faxapparaten en de verzender en ontvanger hoeven dus niet over een persoonlijke computer te beschikken. Deze communicatie methode vraagt een wat langer gebruik van de telefoon verbinding dan het e-mailen, maar biedt wel de mogelijkheden om verklaringen of uitgeprinte berichten of tekeningen als kopie over te sturen zonder dat deze ‘gescand’ hoeven te worden.


    • Combinatie van teksttelefoon en PC
      Een geavanceerde combinatie van teksttelefoon en PC is de ‘Tectel’ van MCS, afgebeeld in Fig.12. Naast de ‘gewone’ hiervoor beschreven functies van een teksttelefoon bevat dit apparaat o.a. de mogelijkheid om faxen te versturen en te ontvangen, SMS-berichten versturen, e-mails te versturen en te ontvangen en te internetten. Ook kunnen inkomende tekstberichten opgeslagen worden bij afwezigheid en kan een antwoordapparaat ingeschakeld worden. Op het apparaat kan een printer aangesloten worden.


      Fig.12. De ‘Tectel’ van MCS als voorbeeld van een combinatie van teksttelefoon en PC.

      De telefoonhoorn bevat een ringleiding en het is mogelijk een hands-free telefoonset aan te sluiten. Het computersysteem is een – beperkt – Windows CE 3.0 Microsoft Operating System. In het algemeen varieert de vorm van de beschikbare combinatiesystemen vanaf een traditionele teksttelefoon met een klein computerscherm tot een complete PC met teksttelefoonfaciliteit.


    • Combinatie van teksttelefoon en mobiele telefoon
      Een voorbeeld van een combinatie van een teksttelefoon en een mobiele telefoon is de ‘Buddy mobiele teksttelefoonhulp’ van BLUE-COMM, afgebeeld in Fig.13. Deze mobiele teksttelefoon bestaat uit een klein toetsenbordje en een kabeltje waarmee het kan worden aangesloten op een mobiele telefoon.


      Fig.13. De ‘Buddy mobiele teksttelefoonhulp’ van BLUE-COMM, als voorbeeld van een combinatie van een teksttelefoon en een mobiele telefoon.

    • Combinatie van e-mailen, internettenen en mobiel telefoneren
      Een ‘PDA’ (‘Personal Digital Assistent’) is een ‘handheld’ PC-tje dat o.m. de functies van PC, telefoon, fax, netwerken (internetten en e-mailen), kladblok en agenda (‘organiser’) combineert. Het wordt vaak bediend m.b.v. een ‘touch screen’ en een pen. Een PDA bevat vaak ook een ingebouwde digitale camera zodat ook visueel contact met de persoon aan ‘andere zijde van de lijn’ mogelijk is (wanneer die eveneens een PDA of smart phone in de hand heeft).



  • Communiceren met mensen die slecht horen en/of slecht spreken
    Om in een één-op-één situatie de communicatie met mensen die slecht horen en/of slecht spreken te vergemakkelijken kan gebruik gemaakt worden van een ‘Lightwriter’ (Fig.14).


    Fig.14. De ‘Lightwriter’ van RTD als voorbeeld van een communicatiehulp in een één-op-één situatie (bovenaanzicht). De gebruikers zitten tegenover elkaar. De ingetypte is op beide schermen zichtbaar.

    De Lightwriter heeft aan twee zijden een display zodat de tekst die de ene communicatiepartner op het toetsenbord intypt wordt door de andere meegelezen kan worden. De tekst kan in verschillende groottes zichtbaar gemaakt worden.



 


9.7.1.6(2). Hulpmiddelen bij de informatieoverdracht via radio en televisie

Om het geluid van radio en televisie beter te kunnen horen, kan gebruik gemaakt worden van de technische hulpmiddelen die in het voorgaande zijn besproken. Met name een draadloze overbrenging van het geluid vanuit de radio of de TV toestel naar het hoortoestel of een hoofdtelefoon kan een grote verbetering opleveren. Hierbij kan ook vaak met een ringleiding in de kamer of met een halslus gewerkt worden.


De ernstig auditief gehandicapte zal bij het luisteren vaak ondersteuning nodig hebben b.v. van visuele informatie. Voor het volgen van een TV programma is ondertiteling dan een goede hulp.Veel buitenlandse films worden daarmee gepresenteerd. In de radio en TV gidsen staat aangegeven of een pro grammaonderdeel ondertiteld is. Ondertiteling bij Nederlandstalige programma’s kan op het scherm worden gezet via Teletekst pagina 888. Naast de ondertiteling van programma's biedt Teletekst ook de mogelijkheid om op elk moment informatie te krijgen over diverse onderwerpen.


 


9.7.1.7(2). Nieuwe ontwikkelingen – ‘bluetooth’ technologie

De laatste jaren wordt voor draadloze signaaloverdracht over afstanden kleiner dan 10 m meer en meer gebruik gemaakt van de ‘bluetooth’ technologie. Dit is signaaloverdracht d.m.v. radiogolven in de 2,45 GHz band. Deze frequentieband wordt ook gebruikt in b.v. afstandbedieningen, magnetrons en draadloze netwerken (Wi-Fi toepassingen voor het overzenden van data). In de mobiele telefonie wordt bluetooth technologie toegepast bij het ‘handsfree’ maken van het mobiel telefoneren.


Als hulpmiddel voor slechthorenden wordt de bluetooth technologie op dit moment gebruikt bij het voeren van een gesprek met een ‘mobiele beller’. Het systeem is weergegeven in Fig.15 met behulp van een Smartlink SX set van Phonak. Dit hulpmiddel heeft meerdere functies. Alleen de functie waarbij bluetooth en FM worden gecombineerd is in dit verband relevant.


Fig.15. Het principe van de Smartlink SX set van Phonak als voorbeeld van de combinatie van een signaaloverdracht via FM en een via bluetooth. Voor uitleg zie tekst. Het apparaat bevat tevens een afstandbediening voor de hoortoestellen.

Het spraaksignaal van de mobiele beller wordt via bluetooth overgebracht naar de Smartlink van de slechthorende. De Smartlink brengt het spraaksignaal van de beller vervolgens via FM over naar het hoortoestel dat in de T-stand is gezet. De slechthorende antwoordt door in de microfoon van de Smartlink te spreken. Dit signaal wordt via een bluetooth verbinding weer teruggezonden naar het mobiele toestel.


 


9.7.1.8(2). Vergoedingen bij aanschaf van apparatuur

Sinds 1 januari 1996 vallen alle hulpmiddelen voor communicatie, informatievoorziening en signalering onder de Ziekenfondswet. Dit betekent dat een aanvraag daarvoor ingediend moet worden bij de eigen zorgverzekeraar. De aanvraag moet schriftelijk ingediend worden samen met een offerte van een leverancier en een voorschrift van het Audiologisch Centrum of KNO-arts. In het algemeen is de regeling als volgt:


  • Communicatie- en signaleringsapparatuur
    Onder communicatie- en signaleringsapparatuur vallen o.a. de HGT Teksttelefoon en de Tekstontvanger, de Tectel, de VisiBel, de MiniVib en Solo-apparatuur. Verstrekking vindt plaat in bruikleen (een aantal zorgverzekeraars verstrekt in eigendom). Voor deze communicatie- en signaleringsapparatuur geldt een volledige vergoeding.


  • Wet REA – ‘Wet (Re) integratie Arbeidsgehandicapten’
    Voorzieningen die nodig zijn op de werkplek vallen onder de Wet REA. Via deze regeling kunnen hulpmiddelen en voorzieningen aangevraagd worden die nodig zijn in de werksituatie opdat een medewerker met beperkingen het werk goed kan verrichten zonder bovenmatige inspanning of belasting. De aanvraag voor akoestische of geluidsvoorzieningen moet, op indicatie van een deskundige voorschrijver, via de bedrijfsarts worden ingediend.



 


9.7.1.9(2). Websites met informatie over technische hulpmiddelen

Als uitgangspunt voor een eerste oriëntatie, met een breed overzicht van hulpmiddelen en leveranciers, valt te gebruiken http://www.oorakel.nl/. De internet aansluitingen van een aantal firma’s die één of meer hulpmiddelen voor communicatie met slechthorenden leveren zijn:


http://www.sennheiser.nl/

http://www.multicaresystems.nl/

http://www.kpn.com/prive/service/kpn-winkel/van-primafoon-naar-kpn-winkel.htm

http://www.auditech.nl/

http://www.evema.nl/

http://www.bstgroup.nl/

http://www.gotele.com/

http://www.hgt-nederland.com/

http://www.tiptel.nl/

http://www.oticon.nl/

http://www.siemens.nl/

http://www.kmd.nl/

http://www.comfortaudio.nl/

 


© NVA leerboek 2000-2017 Privacy | Disclaimer | Copyright | Statistieken | Webredactie