Audiologieboek
Home  |   NVA  |   Print deze pagina  |    |     
 Titel: 9.8.3(2). Maatschappelijk Werk in het AC
 Auteur: Dondorp, Kapteyn
 Revisie: januari 2010

Bij het tot stand komen van deze bijdrage is gebruik gemaakt van het rapport van de Gezondheidsraad: ‘De Commissie Köster’ en van het rapport van de Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers (NVMW): ‘Maatschappelijk werk in een Audiologisch Centrum’.


In het volgende hoofdstuk (Hfdst.9.8.4) wordt besproken in welke mate of in welk opzicht de uitvoering van de werkzaamheden van de maatschappelijk werker in het Audiologisch Centrum anders is dan van collega’s die werkzaam zijn in het maatschappelijk werk op andere gebieden in de gezondheidszorg.


Inhoud:

9.8.3.1(2). Inleiding

9.8.3.2(2). Wat wordt verstaan onder audiologische zorg?

9.8.3.3(2). De richtlijnen voor een Audiologisch Centrum

9.8.3.4(2). De in het rapport Köster geformuleerde taakomschrijving van de maatschappelijk werker in een Audiologisch Centrum

9.8.3.5(2). De werkzaamheden van het Audiologisch Centrum in de praktijk

9.8.3.6(2). Kerntaken van het maatschappelijk werk

9.8.3.7(2). Maatschappelijk werk in het Audiologisch Centrum

9.8.3.8(2). Doelgroepen van het maatschappelijk werk in het Audiologisch Centrum

 

9.8.3.1(2). Inleiding

Een Audiologisch Centrum is een instelling voor diagnostiek, advisering en revalidatie ten behoeve van mensen met een auditieve/communicatieve beperking. Het kunnen horen is heel belangrijk om goed te kunnen functioneren in de samenleving. De filosoof Martin Buber heeft kernachtig geschreven: ‘Ohne DU kein ICH’. Dus: Voor de zelfontplooiing van een mens is contact met de ander nodig. Dat contact verloopt in belangrijke mate via geluidscommunicatie. Dit geldt niet alleen voor informatieoverdracht in gesprekken maar ook voor waarschuwingsgeluiden bij dreigend gevaar en dus voor veiligheid, kortom voor het welbevinden als geheel.


Waar het horen zo’n belangrijke sociale en maatschappelijke functie heeft, ligt het voor de hand dat ernstige beperkingen van dat vermogen gevolgen kunnen hebben op het sociale functioneren thuis, op school, of op het werk en ook op maatschappelijk gebied, waarbij begeleiding van een maatschappelijk werker gewenst kan zijn.


Het is opmerkelijk dat van maatschappelijk werkers in de audiologie te horen is dat hun werk verschilt van het maatschappelijk werk op andere gebieden in de gezondheidszorg, met name door de andere manier van gespreksvoering. Deze opmerkelijke bevinding zal in het volgende Hfdst.9.8.4 nader worden toegelicht.


In de eerste plaats zal kort worden omschreven wat audiologie inhoudt en wat binnen het functioneren van een Audiologisch Centrum zoal als taken van een maatschappelijk werker is geformuleerd. Vanuit die basis wordt dan aangegeven in welke mate in de praktijk ten aanzien van slechthorenden de hulpverlening een speciale benadering vereist.


 


9.8.3.2(2). Wat wordt verstaan onder ‘audiologische zorg’?

Audiologie is de leer van het horen. De basiskennis daarvan is hoe het gehoororgaan functioneert. Daarna volgt de route hoe de gehoorde geluiden worden waargenomen, hoe die vervolgens worden onderscheiden (gediscrimineerd), gecategoriseerd, herkend en als betekenisvol in de momentane leefsituatie worden geïnterpreteerd. De mogelijkheden om deze route te ontwikkelen is bij de geboorte normaliter aanwezig.


De ‘spraak/taalontwikkeling’ verloopt in de eerste levensjaren heel geleidelijk, welhaast vanzelf bij de meeste kinderen. Echter, een stoornis in het kunnen horen kan er de oorzaak van zijn dat de spraak/taalontwikkeling niet goed verloopt. Het is niet de enige mogelijke oorzaak maar het is wel zo dat als de spraak/taalontwikkeling niet goed verloopt aan slechthorendheid moet worden gedacht als mogelijke oorzaak.


Tegenwoordig zal veelal een niet goed functionerende hoorfunctie al eerder zijn opgemerkt dank zij de neonatale (gehoor)screening. Dit onderzoek kan al direct na de geboorte worden gedaan (zie Hfdst.8.2.3). Bij het constateren van een verminderde hoorfunctie wordt al direct aandacht besteed aan de gevolgen daarvan, vooral ook wat betreft de geluidscommunicatie. Immers de ouder-kind relatie wordt al vanaf de geboorte opgebouwd, zeker ook via geluidsoverdracht.


Naast het bestuderen van het al of niet goed kunnen horen houdt de audiologie zich juist ook bezig met de gevolgen van een beperking van de geluidswaarneming. Dat betreft dus het onderzoeken en vaststellen wat er niet goed gaat (het diagnostisch onderzoek), en ook het aanreiken van mogelijkheden om die beperking dan zo goed mogelijk te ondervangen (de (re)validatie-aspecten).


Nu zou het een onjuiste gedachte zijn dat audiologie zich tot kinderen beperkt. Ook in de latere levensfasen kan slechthorendheid als een beperkende factor in de geluidscommunicatie een ernstige aantasting zijn voor het kunnen functioneren. Dit geldt voor scholing, voor het functioneren op de werkplek, voor de sociale contacten en in het bijzonder ook op latere leeftijd, als bij bijna alle mensen de geluidsperceptie afneemt door de zogenaamde ouderdomsdoofheid (presbyacusis).


 


9.8.3.3(2). De richtlijnen voor een Audiologisch Centrum

Als inleiding op het maatschappelijk werk als onderdeel van de zorg voor mensen met een auditieve beperking wordt eerst een korte historische inleiding gegeven. Voor het onderzoek en de (re)validatie van slechthorenden en doven zijn in de zestiger jaren van de vorige eeuw Audiologische Centra opgericht. Omstreeks 1970 waren er naast zes universitaire centra ook 18 niet universitaire, de zogenaamde perifere centra. De omvang en kwaliteit van de geleverde diensten kon nogal verschillen.


In 1971 richtte de staatssecretaris van Sociale zaken en Volksgezondheid zich tot de Gezondheidsraad om advies te krijgen om tot een grotere eenduidigheid te komen. Hiervoor werd de ‘Commissie Köster’ geïnstalleerd, die met 20 leden een multidisciplinaire samenstelling had. Daarin had ook de maatschappelijk werker zitting.


In 1975 werd het commissierapport uitgebracht. Dit rapport kreeg het karakter van de richtlijn in Nederland wat betreft de Audiologische Centra. Het rapport gold voor vrijwel alle aspecten van zo’n centrum, niet alleen wat betreft de doelstelling en de te verrichten werkzaamheden met de werkwijze en het daarvoor vereiste personeel, inclusief de daarbij horende taakomschrijvingen. Ook de vereiste minimum uitrusting en de huisvesting worden omschreven. Daarnaast is aangegeven hoe de ruimtelijke spreiding over Nederland zou behoren te zijn met de organisatorische kaders en de relatie met andere instellingen. Zelfs over beheer en organisatie worden uitspraken gedaan, en, tenslotte, staan er aanbevelingen in voor overgangsmaatregelen en om een zekere mate van klinische research te doen.


Het rapport start met een omschrijving van wat onder audiologie wordt verstaan. De tekst is cursief gedrukt hieronder weergegeven:


AUDIOLOGIE
‘Audiology is a science and also a profession’ (Hallowel Davis).
Audiologie is letterlijk vertaald: de wetenschap van het horen.
Traditioneel wordt er onder begrepen de fysica van het geluid voor zover van belang voor de fysiologie van het gehoororgaan en voor de hoortoesteltechniek, de bouw en werking van het gehoororgaan zelf, alsmede een aantal componenten van neurologie. De audiologie legt zich wel toe op het lokaliseren van laesies die hoorstoornissen veroorzaken, doch beweegt zich overigens niet op het terrein van de ziekteleer en van de geneeskunde.
De audiologie is echter niet alleen een theoretische, maar ook een toegepaste wetenschap: zij is primair gericht op het wegnemen of tot een minimum reduceren van de gevolgen van hoorstoornissen in de praktijk. Zij bedient zich daarbij van alle theoretische en toegepaste kennis en kunde die daarbij van nut kan zijn. De geluidsversterkende apparatuur in de vorm van hoortoestellen is als het ware haar specialiteit, maar de gevolgen van het verminderen of wegvallen van geluidscontact met de omgeving op de persoonlijkheid en de sociale constellatie van een door een hoorstoornis getroffene, zijn dermate groot en ingrijpend dat de toegepaste audiologie genoodzaakt is in zeer ruime mate gebruik te maken van de verworvenheden van de psychologie, de sociologie, de orthopedagogiek en het maatschappelijk werk, terwijl vooral bij kinderen de logopedie en de akoepedie onmisbare bijdragen leveren tot de audiologische hulpverlening. Het audiologisch begeleiden van de gehoorgestoorde mens vereist dan ook duidelijk een multidisciplinaire aanpak.’


Het rapport dat de kracht van te handhaven richtlijn kreeg geeft dus naast tal van andere zaken ook aan welke onderscheiden disciplines in het interdisciplinaire team vertegenwoordigd moeten zijn.


 


9.8.3.4(2). De in het rapport Köster geformuleerde taakomschrijving van de maatschappelijk werker in een Audiologisch Centrum

De maatschappelijk werker wordt expliciet in het rapport van de commissie Köster genoemd. Het rapport geeft een vrij gedetailleerde taakomschrijving die hier onder wordt geciteerd:


    ‘De commissie is ten aanzien van de maatschappelijk werker van mening


  • Dat de maatschappelijk werker in de vaste kern van het team van een audiologisch centrum niet mag ontbreken.
  • Het is daarbij de bedoeling dat hij is aangesteld in vast dienstverband, bij voorkeur fulltime, desnoods over meer centra verdeeld.
  • De maatschappelijk werker dient de opleiding aan de sociale academie gevolgd te hebben.
  • De maatschappelijk werker onderzoekt, zo nodig ter plaatse, het individu in zijn wijdere sociale omgeving en aan de hand daarvan komt hij tot een psychosociale diagnose.
  • In teamverband ontwerpt hij een sociaal behandelingsplan; gewoonlijk valt het grootste deel van de uitvoering van dit plan hem toe.
  • Hij neemt deel aan het begeleiden van de ouders van gehoorgestoorde kinderen en helpt hen bij het speciale oefenen van de kinderen thuis.
  • Ook bij oudere gehoorgestoorden is hij een schakel tussen de patiënt en diens omgeving en het centrum.
  • Hij verleent methodische hulp bij de moeilijkheden die een patiënt ondervindt in zijn sociaal functioneren; hij bespreekt zo nodig psychosociale problemen betreffende de huiselijke omstandigheden, de school, het werk en de vrijetijdsbesteding.
  • In samenwerking en overleg met andere teamleden ontwikkelt hij groepsactiviteiten voor gehoorgestoorden, waarbij ook mensen uit hun omgeving worden betrokken ter bevordering van goed begrip voor de gehandicapten en hun problemen.
  • Hij bemiddelt bij het inschakelen van andere hulpinstanties, wanneer het team het gewenst acht.’

 


9.8.3.5(2). De werkzaamheden van het Audiologisch Centrum in de praktijk

1. Uitgangspunt
Een Audiologisch Centrum heeft als aandachtsgebied kinderen en volwassenen die niet goed kunnen horen. Horen en spreken zijn de belangrijkste functies waarmee een mens in verbinding staat met zijn omgeving. Het beheersen van deze functies is van vitaal belang voor het welbevinden van de mens, met name voor zijn sociaal en maatschappelijk functioneren. Slecht horen kan dan ook grote gevolgen hebben en gemakkelijk leiden tot communicatieproblemen, moeilijkheden in het contact met anderen en soms zelfs sociaal isolement. Vermindering en zeker verlies van het gehoor heeft beperkende consequenties voor communicatie maar ook voor het gevoel van veiligheid en zekerheid en het gevoel “erbij te horen”.


2. Ontwikkelingen in de audiologische zorg
Het werkterrein van de Audiologische Centra is de afgelopen 40 jaar aan verandering onderhevig geweest.
Naast de aanvankelijke aandacht voor diagnostiek, advisering en revalidatie van het gehoor bij kinderen en volwassenen heeft de diagnostiek op het gebied van spraak- en taalontwikkeling bij kinderen een duidelijke plaats gekregen. Dit ligt voor de hand, want slechthorendheid op jonge leeftijd kan leiden tot spraak- en taalproblemen met als gevolg stagnaties in de schoolloopbaan. Daarnaast geldt het gericht zijn op de spraak/taalontwikkeling ook voor kinderen die zonder slechthorendheid een achterstand tonen. Na een lobby van de oudervereniging is de aandacht en zorg voor dit onderwerp ook bij de Audiologisch Centra ondergebracht. (spraak-taal-gehoorteams)


Voor kinderen en volwassenen met een zeer ernstig gehoorverlies is de mogelijkheid van cochleaire implantatie ontwikkeld. Dit vraagt om een goede inventarisatie van auditieve mogelijkheden, persoonlijke eigenschappen en sociale omstandigheden. Er is een toenemende aandacht voor de auditieve aspecten in de werksituatie. Klachten over tinnitus en hyperacusis krijgen meer aandacht zowel wat betreft diagnostiek als behandelmogelijkheden en coping.


Als concrete nieuwe ontwikkelingen in het pakket van de maatschappelijk werker binnen de audiologische centra zijn te noemen:

  • Participatie in de spraak- en taaldiagnostiek bij kinderen
  • Begeleiding van ouders in het kader van de neonatale gehoorscreening
  • Begeleiding c.q. interventie voor plots- en laatdoven (zie het FENAC-protocol)
  • Advisering en begeleiding bij de selectie en revalidatie van patiënten in de Cochleaire Implantteams
  • Psychosociale begeleiding/behandeling in het revalidatietraject voor mensen met chronische tinnitus en hyperacusis
  • Gerichte hulpverlening bij ARBO- en reïntegratie trajecten van slechthorende werkenden
  • Contacten met instellingen die gelijke of aangrenzende doelstellingen hebben
  • Consultatie geven aan teamgenoten
  • Ontwikkelen van het werken met groepen.

3. Ontwikkelingen in de gezondheidszorg
In de gezondheidszorg ontwikkelt zich de tendens van aanbodgericht naar vraaggestuurd werken, waarbij de behoefte en vraag van de patiënt/cliënt uitgangspunt is. Daarnaast zijn er kwaliteitssystemen ontwikkeld die gevolgen hebben voor de beoordeling van geleverde zorg. In de zorgverlening zijn er ontwikkelingen naar ketenzorg met aanpalende instanties in het audiologische veld.


Van grote invloed is de verandering van financieringssystematiek. De zorg wordt veelal geregistreerd en betaald middels de Diagnose Behandel Combinatie systematiek (de AP`s: Audiologische Producten).


Dan zijn er de ontwikkelingen op het gebied van hoortoestellen en hoorhulpmiddelen die op de markt komen. Hier voltrekken zich in hoog tempo veranderingen die nauwlettend gevolgd moeten worden om optimale hulp te bieden. Daarbij komt de toegenomen sturing van de zorgverzekeraars betreffende de gang van zaken bij het toekennen van verstrekkingen. Door het hiermee samenhangende dereguleringsproces in de verstrekking van hulpmiddelen krijgt de commerciële middenstand daarop een grotere vrijheid en een groter aandeel.
Deze ontwikkelingen hebben veranderingen in het functioneren van de Audiologische Centra tot gevolg en daarmee ook de plaats en het functioneren van het maatschappelijk werk binnen het centrum.


4. Het specifieke van een Audiologisch Centrum
De revalidatieactiviteiten van een Audiologisch Centrum zijn gericht op drie deelgebieden:

  • Technische zaken (hoortoestellen en hoorhulpmiddelen)
  • Goede (geluids)communicatie handhaven of bevorderen (spraakafzien, ondersteunende gebaren)
  • Het op psychosociaal gebied goed functioneren.

Hiervoor geldt als wettelijke eis datgene wat in het bovengenoemde rapport van de commissie Köster is geformuleerd. Multidisciplinair werken vraagt van alle professionals het vermogen vakoverstijgend te kunnen denken en de eigen bijdrage in het zorgproces in samenhang te kunnen brengen met de bijdragen van anderen. De adviezen en revalidatie zijn gericht op een zo goed mogelijke compensatie van de aandoening en de gevolgen daarvan.


Voor de beroepsuitoefening van de maatschappelijk werker in een Audiologische Centrum is relevant dat de verbale communicatiemogelijkheden door slechthorendheid beperkingen hebben. Dit vereist aanpassingen van de methodieken zoals die in deze beroepsgroep onderwezen worden. Dit wordt in Par.3 van het volgende Hfdst.9.8.4. nader besproken.


 


9.8.3.6(2). Kerntaken van het maatschappelijk werk,beschreven in `Beroepsprofiel van de Maatschappelijk Werker` ( NVMW 2006)

In de geboden hulp vanuit het maatschappelijk werk worden zes kerntaken onderscheiden:


  1. Werken met en namens cliënten: Psychosociale hulpverlening, met als taken:
    • Veranderings- en competentiegerichte begeleiding
    • Ondersteunende en stabiliserende begeleiding
    • ‘Outreachende’ (grensoverschrijdende) benadering - bemoeizorg
    • Concrete en informatieve hulpverlening
    • Onderzoek en rapportage
    • Belangenbehartiging en conflictbemiddeling
    • ‘Casemanagement’,zorgcoördinatie,zorgbemiddeling en zorgafstemming
    • Uitbouwen en ondersteunen van sociale netwerken

  2. Werken voor cliënten en potentiële cliënten, met als taken:
    • Signalering
    • Collectieve belangenbehartiging
    • Preventie
    • Coachen en begeleiden van vrijwilligers en netwerkgroepen

  3. Werken in de eigen instelling of organisatie, met als taken:
    • Bijdragen aan beleidsuitvoering en beheer
    • Bijdragen aan beleidsontwikkeling
    • Intercollegiaal samenwerken en (laten) begeleiden van werken en leren

  4. Werken in externe samenwerkingsverbanden, met als taken:
    • Opzetten van en participeren in samenwerkingsverbanden
    • Eigen beroep en beroepshandelen profileren en verantwoorden
    • Consulteren, adviseren en coachen van andere professionals

  5. Zichzelf ontwikkelen in het beroep, met als taken:
    • Reflecteren op het eigen handelen
    • Plannen van competentieontwikkeling

  6. Bijdragen aan de ontwikkeling van het beroep, met als taken:
    • Bijdragen leveren aan (praktijk)opleiding van toekomstige vakgenoten
    • Vertalen van maatschappelijke ontwikkelingen in nieuwe beroepsopgaven
    • Meewerken aan kennisontwikkeling
    • Verspreiden van nieuwe kennis


Bij het uitvoeren van de kerntaken zijn enkele beroepsspecifieke benaderingen te onderscheiden:


  • De hulpverlening wordt geboden op doelgerichte en systematische wijze volgens verschillende methodieken, zoals ‘social casework’, systeem(gezins)begeleiding/behandeling , groepswerk en ‘case-management’.
  • Als vertrekpunt wordt de vraag c.q. het probleem van de patiënt/cliënt genomen. Er wordt een relatie gezocht tussen de feitelijke informatie met de subjectieve beleving, de gevoelens, de attitude, het gedrag en de normen van de patiënt/cliënt. Daarvoor worden motiverende gespreksvaardigheden toegepast.
  • Belemmeringen en beperkingen kunnen veelal niet opgeheven worden, wel kan de eigen competentie van de patiënt/cliënt verder ontwikkeld worden. De begeleiding moet zo goed mogelijk aansluiten bij die mogelijkheden. Hierbij worden taakgerichte technieken gebruikt om concrete vaardigheden aan te leren.
  • In de hulpverlening staat de patiënt/cliënt centraal. Belangrijk hierbij is dat hij/zij de controle houdt over het eigen leven.
  • In de hulpverlening wordt gezocht naar een verband tussen materiële zaken en de individuele problemen van immateriële aard (bijv. gedrag, ontwikkeling, relaties, leefgebieden). Het streven is de problematiek integraal te benaderen en daarbij worden deze aspecten gewogen en betrokken bij het zoeken naar geschikte mogelijkheden voor verbetering, het aanreiken van een oplossing of overleggen over een verwijzing naar een gespecialiseerde instantie. Daarvoor is het hebben van een goed overzicht van die hulpverlenende instanties noodzakelijk.
  • De hulpverlening is gericht op een goed functioneren van de patiënt/cliënt in zijn of haar omgeving c.q. sociale situatie. Belemmeringen daarin worden in kaart gebracht en bespreekbaar gemaakt. De individuele problematiek wordt dus benaderd vanuit een integrale, psychosociale invalshoek. Bij complexe problematiek heeft de maatschappelijk werker daarom vaak de functie van casemanager.

Deze functionele aspecten markeren het onderscheid tussen maatschappelijk werkers en gedragsdeskundigen zoals psychologen en orthopedagogen, die meer gericht zijn op de individuele persoon en diens stoornissen.


 


9.8.3.7(2). Maatschappelijk werk in het Audiologisch Centrum

1. Inleiding.
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het specifieke van de taken van de maatschappelijk werker in een Audiologisch Centrum en op de doelgroepen. Zoals gesteld, is slechthorendheid bij uitstek een beperking die belemmeringen kan geven in de communicatie. Juist het gesprek is echter het belangrijkste instrument van de maatschappelijk werker in de communicatie. Naast deskundigheid in algemene gesprekstechnieken zijn daarom specifieke kennis en vaardigheden nodig om met een auditief gehandicapte te kunnen communiceren. Dit betekent dat de maatschappelijk werker in de gespreksvoering communicatief voortdurend op twee niveaus bezig is.


2. Taken van de maatschappelijk werker in het Audiologisch Centrum
Door de commissie Köster is in het in 1975 uitgebrachte rapport de omschrijving gegeven van de taken van een maatschappelijk werker in een Audiologisch Centrum. Dat rapport is nog steeds van kracht, maar het werkveld in de audiologie en ook de beroepsopleiding met onderwijs in toe te passen methodieken en strategieën hebben wel veranderingen ondergaan.


Wat betreft de veranderingen binnen de audiologie kan gesteld dat de nadruk nu valt op


  • De emotionele verwerking van de auditieve en communicatieve beperking en de gevolgen hiervan
  • Het stimuleren en ontwikkelen van mogelijkheden van de patiënt/cliënt en zijn omgeving om op een zo goed mogelijke manier te leren omgaan en leven met de beperking en de gevolgen daarvan (coping strategieën)
  • Het faciliteren van voorwaarden om dat optimale functioneren te bewerkstelligen

Samengevat, heeft de maatschappelijk werker dus zowel diagnostische als begeleidings/behandeltaken.


In het werkterrein van het Audiologisch Centrum zijn de meeste kerntaken van het maatschappelijk werk toepasbaar. Op vier grote taken wordt nader ingegaan


  1. Psychosociale hulpverlening
  2. Uitleg, informatie en psycho-educatie
  3. Probleeminventarisatie en psychosociale diagnostiek
  4. Het signaleren van knelpunten en bevorderen van preventieve maatregelen.

Binnen het centrum wordt het sociaal meedenken en consulteren in teamverband vorm gegeven en primair door de maatschappelijk werker gerealiseerd.


  1. Psychosociale hulpverlening
    Bij de intake worden gegevens verzameld en vindt een probleeminventarisatie plaats: welke aspecten komen door de auditieve beperking, welke gevolgen heeft dit voor de betrokkene en wat betekent dit voor hem/haar. Na deze psychosociale diagnostiek wordt bekeken welke begeleiding en/of behandeling nodig is.
    Hierbij heeft het verloop van het proces van slechthorend worden een grote invloed. Vooral bij een plots optreden en een snelle progressie is de verwerkingsproblematiek vaak een belangrijk punt. Daarnaast is er aandacht nodig voor het leren omgaan met de beperking en het in stand houden van de sociale contacten. Dit betreft de persoon in kwestie, maar ook de omgeving. Hierbij kunnen technische hulpmiddelen van groot nut zijn maar die moeten dan wel aangereikt en geaccepteerd en ook gebruikt worden. Daarvoor moet soms een motivatie opgebouwd worden.


    Bij tinnituspatiënten domineren veelal acceptatie- en functioneringsproblemen, dikwijls ook in de werksituatie, wat niet zelden leidt tot verzuim. De klachten gaan veelal gepaard met emotionaliteit, slaapproblemen, spanningsklachten, energieverlies e.d. Dergelijke deelproblemen zijn ook behandelfocus om copingstrategieën aan te leren als competenties om controle over de last van de tinnitus te ontwikkelen.


    De begeleiding en behandeling kan vaak van korte duur zijn maar soms is langdurige of uitgebreidere hulp nodig door meerdere teamleden of door andere, meer op de knelpunten gespecialiseerde instanties. Een auditieve beperking is een chronisch probleem en daardoor komen patiënten dikwijls na een periode weer terug met problemen.


    In het patiëntenaanbod zijn enkele groepen te onderscheiden met sterk verschillende beperkingen waarvoor dan ook verschillende benaderingen vereist zijn. Als bij een ernstig gehoorsverlies de communicatie verstoord is, zullen de in opleidingen onderwezen standaard methoden niet zonder meer toepasbaar zijn. In het volgende Hfdst.9.8.4 wordt hier nader op in gegaan.


    De maatschappelijk werker kan betrokken zijn bij alle te onderscheiden groepen in het patiëntenaanbod van een Audiologisch Centrum:


    • Kinderen met gehoor en/of spraak/taalproblemen
    • Volwassenen met een ( progressief) gehoorverlies
    • Plots- en laatdoven
    • Cochleaire implantatie
    • Mensen met chronische tinnitus en/of hyperacusis

  2. Uitleg, informatie en psycho-educatie
    Bij een confrontatie met een auditieve beperking of een progressie van een bestaande auditieve beperking is informatie over de mogelijke consequenties heel belangrijk. Daarnaast is het doorpraten van door andere teamleden geadviseerde hulpmiddelen of medische ingrepen vaak nodig, evenals aandacht voor coping mogelijkheden. Uitleg, informatie en mogelijke verwijzing naar gespecialiseerde instanties door een ter zake kundige maatschappelijk werker kunnen dan van essentieel belang zijn. Het attent maken op internet sites kan heel nuttig zijn , hoewel dit soms juist ook extra verwarring kan geven. Ook informatie over de patiëntenverenigingen hoort hierbij.


  3. Probleeminventarisatie en psychosociale diagnostiek.
    Het komt geregeld voor dat een patiënt duidelijke klachten heeft maar niet doorziet wat daarvan de oorzaak is. Ook een medisch of audiologisch specialist zal vaak een diepere achtergrond van een gepresenteerde klacht niet zondermeer duidelijk krijgen. Het is dan zaak dat nader onderzoek gedaan wordt naar de achterliggende situatie. Zo kan een voortdurende vermoeidheid als oorzaak hebben een mate van slechthorendheid waardoor de communicatie in de leef- of werksituatie niet goed verloopt en aanpassingen vergt en er spanningen door gaan ontstaan. Met rapportage aan het team/de verwijzer kan dan een basis gelegd worden voor een gerichte aanpak.


    Een ander aspect is het adviseren en zo nodig bieden van de helpende hand bij het aanvragen van een hulpmiddel of een serie behandelingen om de bestaande beperking in het kunnen functioneren te verkleinen of te ondervangen. Vaak is de ter zake doende regelgeving niet zo toegankelijk voor de belanghebbenden en is enige uitleg en hulp nodig. Een goede omschrijving van de bestaande beperking in de leefsituatie met het aangeven welke hulp in die situatie optimaal effect kan hebben is dan van groot belang. Daarnaast is het essentieel dat voor een verstrekking met een goed geargumenteerde rapportage de juiste instantie wordt benaderd. In de Audiologisch Centra liggen deze werkzaamheden op het terrein van de maatschappelijk werker.


  4. Signalering en preventie.
    Door ervaringen wijs geworden zullen de maatschappelijk werkers kunnen signaleren dat in de werkwijze van hulpverlening bepaalde zaken niet goed lopen. Ook kunnen in sommige situaties bij herhaling problemen optreden die voorkomen kunnen worden bij preventieve maatregelen. Het is van groot belang dat ten aanzien van dit soort zaken signalerende informatie wordt gepresenteerd. Dit geldt met name voor personen of groepen van personen die zelf niet over capaciteiten of een netwerk beschikken om effectief een aanpassing tot stand te doen komen. Dit geldt in sterkere mate voor mensen met een slechthorendheid of een spraaktaalstoornis want die zijn direct in hun communicatieve vaardigheden beperkt.



 


9.8.3.8(2). Doelgroepen van de maatschappelijk werker in het Audiologisch Centrum

Niet alle mensen die hulp zoeken bij een Audiologisch Centrum behoeven hulp of begeleiding vanuit maatschappelijk werk. Wel worden cliënten/patiënten besproken in het multidisciplinaire team en wordt een passend handelingsplan gemaakt. Hierbij is als het ware tot op zekere hoogte een categorisering mogelijk. Sommige teamleden vinden het niet makkelijk om naar de maatschappelijk werker te verwijzen. Het werken met categorieën kan dan helpen. De maatschappelijk werker kan zo nodig de teamleden ook consultatie geven.


Er zijn patiëntengroepen die zonder meer in aanmerking komen voor contact met de maatschappelijk werker. Te denken is aan (kleine) kinderen met een beperking ten gevolge van onvoldoende horen, mensen die plotseling ernstig slechthorend of doof geworden zijn, mensen en ook ouders van kinderen die in aanmerking komen voor een Cochleaire Implantatie (CI) , mensen die in hun werk vastlopen door slechthorendheid/doofheid en mensen met ernstige chronische tinnitus en/of hyperacusis. Uit andere groepen zullen slechts mensen met specifieke problemen naar de maatschappelijk werker worden verwezen. Belangrijk is waar de bron ligt van de knelpunten die worden gepresenteerd . Dat kunnen communicatie, acceptatie en/of functioneringsproblemen zijn, als ook onbegrip in de directe omgeving of problemen van materiele aard. Echter voor een verwijzing naar de maatschappelijk werker van het Audiologisch Centrum moeten deze klachten wel gerelateerd zijn aan een auditieve beperking. Als dit niet het geval is zal verwezen worden naar een geëigende instantie. Kennis van de sociale kaart is daarom onontbeerlijk.


Zoals in “Beroepsprofiel van de Maatschappelijk Werker” is beschreven, beoogt de maatschappelijk werker ‘met zijn hulpverlening het psychosociaal functioneren van mensen, of de wisselwerking tussen persoon en sociale omgeving te verbeteren’. In de code voor de maatschappelijk werker wordt dit beschreven als hulpverlening bij het gestalte geven aan de algemene waarde: ‘Het tot zijn recht komen’ van een mens door middel van sociale en maatschappelijk participatie. De focus van de maatschappelijk werker is daarmee de slechthorende patiënt met betrekking tot zijn diverse leefsituaties.


Hierbij geldt dat mensen die sociaal kwetsbaar zijn, zoals bijvoorbeeld mensen met een verstandelijk beperking of de allochtone medeburgers die de Nederlandse taal niet zo goed beheersen, door een gehoorverlies extra beperkingen zullen ondervinden. Ook komt het voor dat cliënten/patiënten die gepresenteerd worden voor hulp zelf eigenlijk het essentiële probleem nauwelijks onderkennen. De constatering dat zij onvoldoende en niet adequaat op het gesprokene reageren wordt dan geweten aan onduidelijk en/of zacht spreken van de ander. Uitleg geven en inzichtgevende gesprekken kunnen dan zeer verhelderend werken.


Bij dit alles blijft gelden dat de al of niet uit eigen beweging hulpzoekende mensen op grond van klachten die aangemerkt kunnen worden als auditieve beperkingen zowel lichamelijk en meestal ook geestelijk gezond zijn. Het uitgangspunt bij maatschappelijk werker is dat hulpvragers zelf verantwoordelijkheid dragen voor zaken die hen aangaan, voor beslissingen die zij (hebben te) nemen en voor de positie die zij in hun situatie kiezen.


Voorlichting en begeleiding kunnen voor de hulpzoekende wel horizon verwijdend werken. In de interventies van de maatschappelijk werker gaat het er vooral om mensen in staat te stellen hierin hun eigen keuzes te maken en deze zoveel mogelijk te realiseren. Gewerkt wordt vanuit een coöperatief model: gezamenlijk met de cliënt wordt gezocht naar mogelijkheden om tot een optimale vorm van sociaal functioneren te komen.


In het volgende hoofdstuk (Hfdst.9.8.4) wordt besproken in welke mate of in welk opzicht de uitvoering van de werkzaamheden van de maatschappelijk werker in het Audiologisch Centrum anders is dan van collega’s die werkzaam zijn in het maatschappelijk werk op andere gebieden in de gezondheidszorg.


 


Literatuur

  1. Rapport Gezondheidsraad - de ‘Commissie Koster’ (1975).
  2. ‘Maatschappelijk werk in een Audiologisch Centrum’, Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers, (2003).
  3. ‘Beroepsprofiel van de maatschappelijk werker’, Nederlandse Vereniging van Maatschappelijk Werkers (2006).
  4. ‘Plotsdovenprotocol’ van de FENAC (Federatie Nederlandse Audiologische Centra) (1996).
  5. ‘Geen goed gehoor; wat nu?’ Informatie over slechthorendheid en doofheid. M.Rodenburg (coördinator) 5e druk (2001).
  6. ‘Hulpverlening aan plots- en laatdoven in breder perspectief’ Verslaglegging van de studiedag op 30.11.2000.
  7. ‘Living with hearing difficulties, the proces of enablement’ D.Stephens and S.E.Kramer, Wiley-Blackwell ISBN 978-0-470-01985-6 ((2009)).

© NVA leerboek 2000-2017 Privacy | Disclaimer | Copyright | Statistieken | Webredactie